Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Samenvatting
2.De feiten
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2008, en
- [kind1] , geboren [in] 2005.
3.De procedure bij de rechtbank
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift
- het verweerschrift met incidenteel hoger beroep
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep
- de stukken van de man ingediend op 20 november 2025
- de stukken van de man ingediend op 7 januari 2026.
- de man met zijn advocaat
- de vrouw met haar advocaat.
5.De overwegingen voor de beslissing
5 maart 2026aan de vrouw de navolgende stukken, voor zoveel mogelijk voorzien van een toelichting, te verstrekken:
- een organogram van
- jaarstukken 2022, 2023 en 2024 van
- allefaillissementsverslagen van (een of meer van) zijn ondernemingen
- aangifte IB over 2022, 2023 en 2024
- belastingaanslagen over 2022, 2023 en 2024
- allebewijsstukken van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de man bij [naam9] , zoals bewijs van de wachttijd en uitkeringsspecificaties of een afwijzing van zijn arbeidsongeschiktheidsaanvraag bij [naam9]
- inkomensgegevens van de man in 2025 en januari 2026
- aangiften BTW 2025 van
- draagkrachtberekeningen.
op 5 maart 2026de navolgende stukken, voor zoveel mogelijk voorzien van een toelichting, te verstrekken:
19 maart 2026bij het hof indienen, waarna het hof de zaak schriftelijk (dus zonder nadere mondelinge behandeling) zal afdoen.
6.De beslissing
uiterlijk 5 maart 2026de hiervoor in 5.4. en 5.5. genoemde financiële stukken voorzien van een toelichting verstrekken