ECLI:NL:GHARL:2026:976

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
200.351.495/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 lid 1 BWArt. 6:248 lid 1 BWArt. 6:265 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding sportabonnement en entreeverbod sportschool gerechtvaardigd

Partijen sloten in 2014 een fitnessabonnementsovereenkomst die later voor onbepaalde tijd werd verlengd. Tijdens de coronaperiode ontstond discussie over compensatie van lidmaatschapsgeld. Op 9 februari 2023 maakte de abonnee een schijnbeweging naar een vestigingsmanager, wat aanleiding gaf tot een entreeverbod en ontbinding van de overeenkomst door Fit for Free.

De kantonrechter wees de vorderingen van de abonnee af, die daarop hoger beroep instelde. Het hof stelde vast dat de abonnee meerdere incidenten had veroorzaakt, waaronder het niet naleven van huisregels en agressief gedrag. Het hof oordeelde dat het vertrouwen tussen partijen was geschaad en dat de ontbinding gerechtvaardigd was.

De abonnee had onvoldoende bewijs voor zijn stellingen dat de ontbinding onterecht was en dat hij recht had op terugbetaling van abonnementsgelden. Het hof bevestigde dat het laatste compensatieaanbod van Fit for Free de eerdere aanbiedingen verving. Het hoger beroep werd afgewezen en de proceskosten werden aan de abonnee opgelegd.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de ontbinding van het sportabonnement en het entreeverbod gerechtvaardigd zijn, met afwijzing van de vorderingen van de abonnee.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.351.495/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 10930763)
arrest van 17 februari 2026
in de zaak van
[appellant],
die woont in [woonplaats] ,
die hoger beroep heeft ingesteld,
hierna:
[appellant],
advocaat: mr. P. Bollema, die kantoor houdt te Leeuwarden,
tegen
Fit for Free 33 B.V.,
die is gevestigd in Den Haag,
verweerster in het hoger beroep,
hierna:
Fit for Free,
advocaat: mr. W.J.C. Roza, die kantoor houdt te Amsterdam.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit het tussenarrest van dit hof van 9 september 2025.
1.2
In dit tussenarrest is een (enkelvoudige) mondelinge behandeling gelast die op 3 december 2025 heeft plaatsgehad. Van die zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat deel uitmaakt van het procesdossier.
1.3
Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd. Daarna heeft het hof een datum voor arrest bepaald.

2.De feiten van de zaak

2.1
Fit for Free exploiteert een fitnesscentrum in Leeuwarden en gebruikt “SportCity Leeuwarden” mede als handelsnaam.
2.2
Op 30 januari 2014 zijn partijen een overeenkomst aangegaan, waarbij [appellant] voor een jaar een fitnessabonnement met Fit for Free heeft afgesloten. De overeenkomst is nadien voor onbepaalde tijd verlengd.
2.3
Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden 2020 van Fit for Free van toepassing. Hierin staat het volgende.
Artikel 9 Verplichtingen Pro van de Consument
1. De Consument houdt zich aan de door de Ondernemer gegeven instructies en het (huishoudelijk) reglement.
(…)
Artikel 30 Omgang Pro & Huishoudelijk Reglement
1. De Leden zullen zich telkens gedragen in overeenstemming met toepasselijke wet- en regelgeving, de Overeenkomst (inclusief deze voorwaarden), het Huishoudelijk Reglement en hetgeen in het maatschappelijk verkeer betamelijk wordt geacht.
(…)
3. Het Huishoudelijk Reglement bevat aanvullende regels ten aanzien van de omstandigheden in lid 1 en kan op de Website en in de vestigingen worden geraadpleegd”.
2.4
Partijen hebben in 2021, 2022 en 2023 discussie met elkaar gehad over compensatie van lidmaatschapsgeld voor de periode dat Fit for Free tijdens de coronaperiode gesloten is geweest.
2.5
Op 9 februari 2023 heeft de vestigingsmanager van Fit for Free, [naam1] , naar haar manager customer care een e-mail verzonden waarin zij schrijft:
[9 februari 2023 -13.33 uur]
“Vandaag heeft meneer een schijnbeweging gemaakt om uit te halen, wat voor mij de druppel was en ik daarom contact heb opgenomen met mijn regiocoach. Meneer zorgt voor een onveilige sfeer op de club en houdt zich tevens niet aan de huisregels”.
2.6
De vestigingsmanager heeft in het klantensysteem van Fit for Free een verslag geschreven:
“Meneer was het niet eens met de compensatie en beweert dat dit niet goed is gegaan. Met clubmanager van Heerenveen uitgezocht en blijkt dat de compensatie goed is verwerkt. Dit is een aantal weken geleden gecommuniceerd naar meneer en zijn gezin. Vandaag, 9 feb, gevraagd of het is gelukt. Meneer geeft aan het niet eens te zijn en neemt gedurende het gesprek een agressieve houding aan. Hij heeft een aantal keren gezegd dat ik mijn mond moet houden en maakte een schijnbeweging om uit te halen”.
2.7
Nog diezelfde dag heeft Fit for Free per aangetekende brief [appellant] bericht het lidmaatschap van [appellant] per direct door ontbinding te beëindigen wegens onaanvaardbaar gedrag en het niet naleven van de huisregels.
2.8
Op 24 juli 2024 heeft een andere medewerkster van Free for Fit, [naam2] , het volgende verklaard:
“ [naam1] heeft mij op 9 februari 2023 gebeld met het verhaal dat dit lid erg was uitgevallen naar haar (nav een discussie over een betalingsachterstand) en zelfs een schijnbeweging had gemaakt om uit te halen. Ze voelde zich daardoor onveilig. Daarnaast waren er ook al eerdere incidenten voorgevallen (en genoteerd in het PGM) (…). Voor ons voldoende reden om tot ontzegging over te gaan.”
2.9
Op 25 juli 2024 heeft de vestigingsmanager van Fit for Free verklaard:
“Aanleiding van het clubverbod. Meneer [appellant] , zijn vrouw en 2 zoons sporten al jaren bij SportCity. Na de coronaperiode was er een betalingsachterstand bij alle vier familieleden. Volgens de familie hadden zij nog recht op compensatie. Dit is meerdere keren uitgezocht en gecheckt door verschillende werknemers van SportCity (clubmanagers en klantenservice). Uitkomst was dat zij alle compensaties ontvangen hadden en weer moesten voldoen aan de contributie. Hier zijn meerdere gesprekken over geweest, waarin meneer [appellant] voet bij stuk hield dat het niet klopte en weigerde te betalen. Meneer nam tijdens deze gesprekken een defensieve/agressieve houding aan. Tot 2x keer toe heeft meneer in (verschillende) gesprek een schijnbeweging gemaakt om uit te willen halen”.
2.1
[appellant] heeft in eerste aanleg ongedateerde verklaringen van onder meer naaste familieleden in het geding gebracht. Zowel de verklaring van zijn echtgenote [naam3] als die van zijn zoon [naam4] bevatten de volgende tekst:
“Bij het weggaan na het sporten halverwege de uitgang roept [naam1] , “Hé [appellant] , jou gedrag staat mij niet aan en daar maak ik werk van”.

3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1
[appellant] heeft bij de kantonrechter gevorderd dat deze bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat het abonnement van [appellant] bij Fit for Free nog steeds loopt;
II. bepaalt dat Fit for Free de overeenkomst moet nakomen, onder meer door hem weer toegang tot de sportlocatie te verlenen;
III. bepaalt dat hij geen abonnementsgeld verschuldigd is tot 9 februari 2023;
IV. bepaalt dat hij vanaf 9 februari 2023 tot de datum waarop hij weer toegang krijgt tot de sportlocatie geen abonnementsgeld is verschuldigd;
VI. Fit for Free veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van € 1.500,- althans een in redelijkheid vast te stellen bedrag;
VII. terugbetaling van Fit for Free gelast van de ten onrechte geïncasseerde abonnementsgelden van € 59,97, een en ander met veroordeling van Fit for Free in de kosten van het geding.
3.2
Fit for Free heeft in conventie verweer gevoerd en in reconventie gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat de overeenkomst op 9 februari 2023 is ontbonden en, in conventie en reconventie, dat [appellant] in de proceskosten wordt veroordeeld.
3.3
Bij vonnis van 12 november 2024 (hierna: het vonnis) heeft de kantonrechter de vorderingen van [appellant] afgewezen, die van Fit for Free toegewezen en [appellant] in de proceskosten in conventie en reconventie veroordeeld.

4.De vorderingen en de grieven van [appellant]

4.1
vordert in hoger beroep dat het hof het vonnis vernietigt en alsnog zijn vorderingen toewijst en (naar het hof begrijpt) die van Fit for Free afwijst, met veroordeling van deze partij in de kosten van beide instanties.
4.2
[appellant] heeft het vonnis bestreden met een viertal grieven die tot de door hem gewenste beslissingen moeten leiden.
4.3
Het hof zal de grieven hierna zo veel mogelijk in onderlinge samenhang en thematisch (oftewel waar mogelijk ‘gebundeld’) bespreken.

5.Het oordeel van het hof

Feitenvaststelling door de rechtbank
5.1
Voor zover door [appellant] mocht zijn beoogd ook grieven aan te voeren tegen de feitenvaststelling door de kantonrechter, overweegt het hof als volgt. Het hof heeft de feiten opnieuw vastgesteld, zodat [appellant] in zoverre bij de behandeling van daartegen gerichte grieven geen belang meer heeft. Inhoudelijke bezwaren en stellingen over de waardering en interpretatie van de feiten komen waar nodig hierna aan de orde. Voor zover het hof die bezwaren en stellingen niet specifiek behandelt, worden die bezwaren geacht te zijn verworpen of als voor de beoordeling niet relevant geacht.
Ontbinding overeenkomst is gerechtvaardigd
5.2
[appellant] voert als eerste grief aan dat de door Fit for Free gestelde gebeurtenissen onvoldoende zijn om de ontbinding van de overeenkomst te rechtvaardigen. Het hof stelt vast dat [appellant] niet grieft tegen het oordeel van de kantonrechter dat hij is tekortgeschoten in de (nakoming van een verplichting op grond van de) overeenkomst (wat op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro in beginsel ontbinding van die overeenkomst rechtvaardigt), maar dat hij alleen aanvoert dat de gestelde tekortkomingen de ontbinding niet rechtvaardigen. Daarvan draagt [appellant] de stelplicht en eventueel de bewijslast. [1] Voor de beoordeling moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Anders dan [appellant] aanvoert, kunnen hieronder ook omstandigheden worden gerekend die zich na de gestelde tekortkoming hebben voorgedaan. [2]
5.3
[appellant] heeft niet bestreden dat de algemene voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst van partijen en dat Fit for Free op grond van artikel 9 daarvan Pro een instructiebevoegdheid heeft. Het lid moet zich daarom aan gegeven instructies houden, tenzij dat in redelijkheid niet van hem zou kunnen worden gevergd. Omtrent dat laatste is door [appellant] niets gesteld. Naar het hof uit het verhandelde ter zitting begrijpt, zijn de door Fit for Free gehanteerde huisregels te beschouwen als een invulling of uitwerking van die algemene instructiebevoegdheid en heeft [appellant] dit ook zo begrepen. Bij de beoordeling van de vraag of de ontbinding op goede grond is geschied, neemt het hof verder in aanmerking dat de uitvoering van een overeenkomst waarin een sportabonnement wordt afgesloten dat toegang geeft tot ruimten waarin ook andere klanten aanwezig en aan het sporten zijn, niet alleen wordt beheerst door de algemene voorwaarden en de huisregels, maar bij uitstek ook door de eisen van redelijkheid en billijkheid (vgl. art. 6:2 lid 1 BW Pro en art. 6:248 lid 1 BW Pro). Ter zitting bij het hof heeft [appellant] niet weersproken dat die eisen meebrengen dat partijen zich op een fatsoenlijke en ordentelijke manier moeten gedragen. Evenmin heeft [appellant] ter zitting weersproken dat Fit for Free daarnaast als sportschool gehouden is om te waarborgen dat haar medewerkers en andere klanten geen last hebben van ongewenst gedrag en zich niet onveilig voelen. Dit alles voert tot de conclusie dat (behoud van) onderling vertrouwen tussen Fit for Free en haar klanten/abonnementhouders van groot belang is en dat het door toedoen van een lid wegvallen van vertrouwen bij Fit for Free een voldoende grond kan vormen voor ontbinding van de overeenkomst met dat lid.
5.4
Het hof stelt, met inachtneming van het voorgaande, vast dat in het logboek van Fit for Free (“Perfect Gym”) vanaf maart 2019 tot en met de ontbinding van de overeenkomst op 9 februari 2023 meerdere incidenten zijn genoteerd waarbij [appellant] betrokken is geweest. Het betreft onder meer het zich omkleden bij de kluisjes, waarbij volgens het logboek door [appellant] is aangegeven dat de medewerkers zich “aanstellen” over de regels en dat hij dit te ver vindt gaan. Daarnaast wordt er in het logboek melding van gemaakt dat [appellant] meerdere malen op een later tijdstip dan het door hem aangegeven tijdslot op de sportschool binnen is gekomen en daarbij niet correct heeft ingecheckt. Volgens de notitie heeft [appellant] hierbij boos gereageerd, aangegeven dat hij het “lulkoek” vindt en dat ”de leidinggevende vooral zo moet doorgaan, anders…”, waarna hij is weggelopen. Vervolgens heeft op 9 februari 2023 bij de balie van Fit for Free een discussie plaatsgevonden tussen [appellant] en de vestigingsmanager, [naam1] , over betalingsachterstanden van [appellant] . [appellant] was, zo heeft hij ook ter zitting bij het hof aangegeven, niet gediend van de manier waarop de vestigingsmanager hem aansprak en heeft gezegd dat zij “haar mond moest houden”. Volgens Fit for Free is toen een schijnbeweging naar [naam1] gemaakt door [appellant] . [appellant] heeft ter zitting bij het hof erkend dat hij inderdaad een armbeweging naar [naam1] heeft gemaakt, maar dat dit enkel een “aai over de bol” betrof. Na het vervolgens door Fit for Free opgelegde entreeverbod is [appellant] toch weer naar de sportschool gegaan, naar zijn zeggen “om verhaal te halen”.
5.5
Het hof is van oordeel dat op basis van het incident op 9 februari 2023, in combinatie met de eerder genoteerde incidenten, Fit for Free tot ontbinding van de overeenkomst heeft mogen overgaan en [appellant] dus terecht een entreeverbod is opgelegd. [appellant] heeft onvoldoende betwist dat deze incidenten hebben plaatsgevonden of dat deze anders zijn verlopen dan de medewerkers in het klantenbestand hebben genoteerd.
Het hof heeft verder evenmin reden om eraan te twijfelen dat [appellant] op 9 februari 2023 in de richting van [naam1] een schijnbeweging heeft gemaakt. Voor de pas ter zitting bij het hof door [appellant] gegeven bewering dat hij met zijn armbeweging [naam1] slechts een “aai over de bol” wilde geven, bieden de gedingstukken geen enkele steun. Dat [naam1] door het verloop van het gesprek op 9 februari 2023 een onveilig gevoel heeft gekregen, acht het hof, mede gelet op de eerdere incidenten, alleszins voorstelbaar. Dat dit onveilige gevoel bij haar is opgetreden, vindt steun in het gespreksverslag van [naam2] van 24 juli 2024 en haar verklaring tijdens de zitting bij het hof.
Het hof acht het alleszins begrijpelijk dat voor Fit for Free vanwege het hiervoor omschreven gedrag van [appellant] op 9 februari 2023 ‘de maat vol’ was en dat zij toen heeft besloten de klantrelatie met [appellant] te beëindigen. Gelet op het voorgaande, en bij gebreke van feitelijke onderbouwing, wordt het betoog van [appellant] gepasseerd dat de ontbinding niet gerechtvaardigd was. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen. Grief I faalt.
Geen schadevergoeding
5.6
Omdat de ontbinding effect heeft gesorteerd, ontbeert [appellant] vordering tot nakoming respectievelijk schadevergoeding een deugdelijke grond. Hierop stuit grief II af.
Geen terugbetaling abonnementsgelden
5.7
[appellant] maakt daarnaast aanspraak op terugbetaling van de door hem betaalde abonnementsgelden over een periode van twaalf weken tot een bedrag van € 59,97, zijnde driemaal een bedrag van € 19,99 voor vier weken. [appellant] stelt dat hij drie aanbiedingen heeft gekregen ter compensatie van de sluiting van de sportschool gedurende de Covid-periode, namelijk aanbiedingen om 4 weken, 8 weken en 26 weken gratis te mogen sporten bij Fit for Free. Fit for Free heeft daartegenover gesteld dat het aanbod van 26 weken een “verbeterd aanbod” was ten opzichte van de eerdere aanbiedingen op basis van het voortschrijdende inzicht dat de sportscholen in de periode van 15 december 2020 tot 19 mei 2021 langer dicht zijn gebleven dan bij het formuleren van de eerdere aanbiedingen was ingeschat. [appellant] heeft dit laatste, verbeterde aanbod geaccepteerd en er gebruik van gemaakt. Met Fit for Free is het hof het eens dat een redelijke en voor de hand liggende uitleg van het laatste aanbod meebrengt dat het moet worden geacht in de plaats te zijn getreden van de eerdere aanbiedingen en dat het hier niet gaat om een cumulatie van aangeboden compensaties. Mede gelet op de achtergrond van de laatste aanbieding – het langer dan verwacht voortduren van de sluiting van de sportschool als gevolg van de Covidpandemie – had [appellant] dit ook zo dienen te begrijpen. Hierop strandt het betoog van [appellant] dat hij het bedrag van € 59,97 onverschuldigd heeft betaald. Ook grief III treft dus geen doel.
5.8
De vierde en laatste grief, die inhoudt dat [appellant] ten onrechte in de proceskosten in eerste aanleg is veroordeeld, deelt in het lot van de hiervoor verworpen grieven I t/m III waarop de grief voortbouwt.
De slotsom: het hoger beroep slaagt niet
5.9
De conclusie van het voorgaande is dat het hoger beroep van [appellant] niet slaagt en dat het vonnis zal worden bekrachtigd. [appellant] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld (tariefgroep II, 2 punten).

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt [appellant] tot betaling van de volgende proceskosten van Fit for Free in hoger beroep:
€ 827,- aan procedurele kosten (griffierecht)
€ 2.580,- aan salaris van de advocaat van Fit for Free (2 procespunten x appeltarief II);
verklaart dit arrest wat betreft bovengenoemde veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.S. Bakker, M.W. Zandbergen en J. Smit en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
17 februari 2026.

Voetnoten

1.Zie o.m. HR 31 december 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1217, NJ 1994/317.
2.Zie o.m. HR 22 augustus 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0673,