Uitspraak
[appellant]
BK Prefab
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten
Die productieovereenkomst vermeldt voor zover relevant:
In aanmerking nemende:
1 juni 2021voor
de termijn van 3 jaarzich voor eigen rekening en risico toe zal leggen op de inkoop van producten die de fabrikant produceert, en deze weder te verkopen.
door opdrachtgeverlager wordt gesteld dan 25 m3 per dag wordt door de opdrachtgever een vergoeding betaald van € 60,- per minder geproduceerde m3.
NB. Deze mallen zijn of worden inmiddels gemaakt
Voor het gebruik van de mallen wordt een maandelijkse vergoeding berekend.
(…)
Zou je vanaf nu ook drie weken vooruit willen gaan plannen? Als er iets moet worden bijgestuurd kan dat nog, nu staan we met de rug tegen de muur en kunnen we niets.
€ 18.246,50 inclusief btw voor de onderproductie in de periode van 8 november 2021 tot
Laten we de komende tijd afwachten en contact houden hoe we verder gaan”
4.De vorderingen van BK Prefab en de beslissing van de rechtbank
a. € 53.816,15 aan openstaande facturen ter zake van onderproductie in de periode week 4 tot en met week 15 van 2023, te vermeerderen met wettelijke handelsrente;
b. € 382.500 aan onderproductievergoeding over de periode week 16 van 2023 tot en met week 22 van 2024, te vermeerderen met wettelijke handelsrente;
c. buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
5.De beoordeling van de grieven en de vorderingen in hoger beroep
[appellant] heeft acht bezwaren (grieven) tegen het vonnis geformuleerd, die het hof hierna thematisch zal bespreken.
De productieovereenkomst
“Ten onrechte overweegt de rechtbank onder rechtsoverweging 5.5 dat de afspraken in de productieovereenkomst grotendeels gelijkluidend zijn aan het afsprakenoverzicht van BK Prefab ”,maar die grief is vervolgens in het geheel niet toegelicht. De toelichting op grief II heeft namelijk betrekking op een heel ander onderwerp, namelijk de door BK Prefab doorgevoerde prijswijzigingen, waarop het hof hierna zal ingaan. Grief I faalt.
Prijswijzigingen, geen schuldeisersverzuim
gehoudenwas tegen marktconforme prijzen te leveren. Zij heeft benadrukt dat van meet af aan duidelijk was dat BK Prefab niet de goedkoopste zou zijn omdat [appellant] exclusiviteit had bedongen. Daardoor kon BK Prefab stijgende kosten alleen op [appellant] , haar enige afnemer, afwentelen. De enkele omstandigheid dat in de productieovereenkomst is opgenomen dat afspraken omtrent prijs en hoeveelheid door partijen zullen worden beoordeeld aan de marktomstandigheden voor wat betreft afzet producten en grondstoffen betekent niet dat partijen
duseen marktconforme prijs zijn overeengekomen, aldus BK Prefab . Verder heeft BK Prefab betwist dat haar prijzen niet marktconform waren. De door [appellant] genoemde leveranciers zijn niet vergelijkbaar met BK Prefab vanwege de soort palen en het keurmerk. Alleen Duister Beton is enigszins vergelijkbaar, maar beschikt in tegenstelling tot BK Prefab niet over een KOMO-keurmerk, aldus nog steeds BK Prefab .
Onderproductie in de periode 10 maart 2023 tot en met 21 april 2023
Geen beëindiging productieovereenkomst in onderling overleg
mocht de productieovereenkomst niet tussentijds opzeggen
De productieovereenkomst is in stand gebleven en moet worden nagekomen
Grief IV faalt.
Buitengerechtelijke kosten
6.De beslissing
17 februari 2026.