Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met daarbij de memorie van grieven met bijlage(n);
- de memorie van antwoord met bijlage(n).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn gescheiden en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind, geboren in 2021. De moeder was door de voorzieningenrechter verboden om met het kind naar Indonesië of het buitenland te verhuizen en kreeg een gebieds- en contactverbod opgelegd. De vader vorderde in kort geding een gebieds- en contactverbod en vervangende toestemming voor therapie van het kind.
De voorzieningenrechter wees de meeste vorderingen van de vader toe, waaronder het gebieds- en contactverbod en de vervangende toestemming voor therapie. De moeder stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, met name tegen het gebieds- en contactverbod en het uitschrijvingsgebod bij de gemeente.
Het hof oordeelde dat het gebieds- en contactverbod noodzakelijk is vanwege het reële risico dat de moeder het kind naar Indonesië zal ontvoeren, mede omdat Indonesië niet is aangesloten bij het Kinderontvoeringsverdrag. De moeder had plannen en voorbereidingen getroffen voor een langdurig verblijf in Indonesië en beschikt nog over de Indonesische nationaliteit en reisdocumenten. Het hof bevestigde het contactverbod vanwege de bedreigingen en de veiligheid van het kind. Het uitschrijvingsgebod bij de gemeente werd vernietigd omdat de moeder zich inmiddels had uitgeschreven.
De vervangende toestemming voor therapie werd gehandhaafd om de continuïteit van de noodzakelijke hulpverlening te waarborgen. De door de voorzieningenrechter opgelegde dwangsom werd niet disproportioneel bevonden. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bevestigt het gebieds- en contactverbod en vervangende toestemming voor therapie, maar vernietigt het uitschrijvingsgebod bij de gemeente.