ECLI:NL:GHARL:2026:982
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep misbruik procesrecht bij ingebrekestelling en dwangsom verkeersboete
De betrokkene stelde beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het verzoek tot vaststelling van een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen door de officier van justitie op een administratief beroep ongegrond verklaarde. De betrokkene voerde aan dat de ingebrekestellingen correct waren en dat de officier van justitie onterecht geen dwangsom toekende.
De kantonrechter oordeelde dat de wijze van ingebrekestelling onverenigbaar was met het doel van een ingebrekestelling en kwalificeerde het handelen als misbruik van procesrecht. Het hof bevestigt dit oordeel en verwijst naar een eerder arrest van 23 juni 2025 waarin dezelfde kwestie werd behandeld.
Het hof stelt vast dat de ingebrekestellingen in bulk werden ingediend, waarvan een aanzienlijk deel geen doel kon treffen, waardoor de officier van justitie werd belemmerd in het adequaat beslissen. De door de betrokkene overgelegde memo en steekproef leiden niet tot herziening van het oordeel.
Het hof vernietigt het bestreden besluit voor zover het het verzoek tot vaststelling van de dwangsom afwees, verklaart het verzoek niet-ontvankelijk wegens misbruik van procesrecht en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzoek tot vaststelling van een dwangsom niet-ontvankelijk wegens misbruik van procesrecht en wijst proceskostenvergoeding af.