ECLI:NL:GHARN:1994:AA4650
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.M. van Schie
- Rechtspraak.nl
Geschil over termijn en uitstel bij vennootschapsbelastingaanslag 1988
Belanghebbende verzocht op 30 mei 1989 uitstel voor het indienen van de vennootschapsbelastingaangifte over 1988 tot 1 februari 1990, wat door de inspecteur werd goedgekeurd. De aangifte werd uiteindelijk op 28 maart 1990 ingediend, na een aanmaning van 16 februari 1990 waarin werd vermeld dat verlenging van de termijn niet meer mogelijk was. De definitieve aanslag werd gedagtekend op 31 augustus 1992 zonder verhoging wegens te late indiening.
Het geschil betreft de vraag of het uitstel tot 1 februari 1990 of tot 29 februari 1990 liep, wat van belang is voor de vraag of de aanslag binnen de wettelijke termijn is vastgesteld. Het hof heeft getuigenverklaringen en administratieve gegevens beoordeeld en concludeert dat belanghebbende na de aanmaning verder uitstel tot 28 februari 1990 heeft verzocht en dit ook is verleend.
Hoewel er informele, soepelere regelingen bij de Belastingdienst waren, oordeelt het hof dat belanghebbende zich niet kan beroepen op het informele karakter van deze regeling omdat hij er ook voordeel van heeft genoten. Het beroep van belanghebbende op overschrijding van de wettelijke termijn wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de inspecteur wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op overschrijding van de wettelijke termijn wordt afgewezen en de aanslag wordt bevestigd.