ECLI:NL:GHARN:1994:AA4667
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.C. Smit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij waardering woning in vrij opleverbare staat
Belanghebbende verkreeg bij ontbinding van een maatschap onroerende zaken waaronder een woning die hij samen met zijn ouders bewoonde. Bij de verkrijging betaalde hij overdrachtsbelasting over de waarde van de woning in bewoonde staat. De inspecteur stelde echter dat belasting verschuldigd was over de hogere waarde van de woning in vrij opleverbare staat en legde een naheffingsaanslag op.
Belanghebbende voerde aan dat hij persoonlijke verplichtingen was aangegaan jegens zijn ouders, die het recht hadden op gebruik en bewoning van een deel van de woning, en dat de ouders hun vordering op hem hadden kwijtgescholden, waardoor de waardering van de woning lager zou moeten zijn. Tevens stelde hij dat de meestbiedende gegadigde bekend was met deze verplichtingen, waardoor de waarde lager zou zijn.
Het hof oordeelde dat deze persoonlijke verplichtingen geen kettingbeding vormen en dat de waarde in het economische verkeer van de woning moet worden bepaald op de vrij opleverbare staat, conform artikel 9 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer. De kwijtschelding van de vordering door de ouders leidde niet tot een schenking en rechtvaardigde geen toepassing van de Successiewet. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen vergelijkbare gevallen waren aangetoond.
Het hof bevestigde daarom de naheffingsaanslag van 1.320 gulden overdrachtsbelasting over het verschil in waarde tussen de woning in vrij opleverbare staat en in bewoonde staat.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting over de waarde van de woning in vrij opleverbare staat wordt bevestigd.