ECLI:NL:GHARN:1995:AA4684
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.M. van Schie
- Rechtspraak.nl
Vermindering bouwgrondbelasting wegens ontoereikende ontsluiting en onjuiste liggingsfactor
Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen de aanslag bouwgrondbelasting over 1988 voor een perceel gelegen aan de *a-weg in Ermelo. De kern van het geschil betrof de vraag of de Verordening op de heffing en invordering van bouwgrondbelasting rechtsgeldig was, of de aanslag terecht was vastgesteld, en of de voorzieningen van openbaar nut rondom het perceel tot een voordeliger positie hadden geleid.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van de woorden "voor bebouwing" in artikel 1 lid 1 van Pro de Verordening geen reden was voor onverbindendheid, mede gelet op de considerans en de Koninklijke goedkeuring. De gemeente had terecht het tarief inclusief omzetbelasting toegepast, gebaseerd op overleg met de bevoegde inspecteur.
Belanghebbendes bezwaar dat haar terrein niet ontsloten zou zijn vanwege het ontbreken van een draaiplaats voor vrachtwagencombinaties werd door het hof als objectief gegrond beoordeeld. Hierdoor was de factor voor ligging (1) te hoog en werd deze verlaagd naar 0,5. De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd van f 5.545,51 naar f 2.772,75. Tevens werden de proceskosten aan belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De aanslag bouwgrondbelasting wordt verminderd tot f 2.772,75 wegens ontoereikende ontsluiting en een te hoge liggingsfactor.