Uitspraak
1.[appellante sub 1] ,
1 Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De grieven
mondelinge behandelingis - door de wederpartij niet betwist - aan het hof verklaard:
Gerechtshof Arnhem
In deze civiele zaak ging het om een vordering tot indeplaatsstelling van de schoonzoon van de pachter als nieuwe pachter van landbouwgrond. De pachter had een lopende pachtovereenkomst met de juridische eigenaar, die hij wilde laten voortzetten door zijn schoonzoon na afloop van de huidige overeenkomst.
De pachtkamer van het kantongerecht had de vordering toegewezen, maar verklaarde de pachter niet-ontvankelijk voor zover zijn vordering was gericht tegen de economische eigenaar. Het hof bevestigde dat de pachter niet-ontvankelijk is tegen de economische eigenaar, maar wel ontvankelijk tegen de juridische eigenaar. Het hof oordeelde dat de belangen van derden, zoals een andere potentiële pachter, niet meewegen bij de billijke beoordeling van de indeplaatsstelling.
Het hof vond dat de afstand tussen de bedrijfslocaties van de schoonzoon en de percelen niet zodanig bezwaarlijk was dat er geen reëel economisch belang zou zijn. De belangen van de pachter en zijn schoonzoon bij voortzetting van de pacht werden als reëel en substantieel beoordeeld. De vordering tot indeplaatsstelling werd daarom toegewezen en het vonnis van de pachtkamer werd bekrachtigd, met enkele aanpassingen in de kostenveroordeling.
Uitkomst: De vordering tot indeplaatsstelling van de schoonzoon als pachter is toegewezen en de pachter is niet-ontvankelijk verklaard voor zover zijn vordering tegen de economische eigenaar was gericht.