ECLI:NL:GHARN:1997:AA1115

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
3 december 1997
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
96/1635
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.J.N.M. Snoijink
  • P.M. van Schie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 hefverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging aanslag zuiveringslasten voor één woning met twee huisnummers

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag zuiveringslasten voor het jaar 1996 opgelegd door het dagelijks bestuur van het zuiveringsschap Veluwe. De discussie betrof de vraag of het pand aan a-straat 1/2 één woning is met twee huisnummers of twee afzonderlijke woonruimten. Belanghebbende stelde dat het één woning betreft met gemeenschappelijke voorzieningen en overhandigde een bouwvergunning uit 1984 die dit bevestigde.

Het dagelijks bestuur voerde aan dat er sprake is van twee afzonderlijke woonruimten omdat er twee gezinnen wonen, elk met eigen sanitaire voorzieningen, en verwees naar gemeentelijke inschrijvingen. Het gerechtshof oordeelde echter dat het dagelijks bestuur onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de dubbele voorzieningen ook daadwerkelijk gescheiden worden gebruikt door de twee gezinnen.

Op grond van de bouwvergunning en het gebrek aan bewijs voor gescheiden woonruimten concludeerde het hof dat het pand als één woonruimte moet worden beschouwd. De aanslag voor huisnummer 1 moet worden geacht de gehele woonruimte te betreffen, waardoor de aanslag voor huisnummer 2 niet in stand kan blijven. Het hof vernietigde daarom de aanslag en veroordeelde het dagelijks bestuur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitkomst: De aanslag zuiveringslasten voor huisnummer 2 wordt vernietigd omdat het pand als één woning wordt beschouwd.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
tweede enkelvoudige belastingkamer
nr. 96/1635
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende: X
te: Z
ambtenaar: het dagelijks bestuur van het zuiveringsschap Veluwe (hierna: het DB)
aangevallen beslissing: uitspraak op bezwaarschrift tegen aanslag
soort belasting: zuiveringslasten
jaar: 1996
mondelinge behandeling: op 19 november 1997 te Arnhem door mr Van Schie, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Snoijink als grifWer
waarbij verschenen: belanghebbende alsmede de woordvoerders van het dagelijks bestuur van het waterschap Vallei & Eem te Amersfoort, met ingang van 1 januari 1997 voor dit gebied de rechtsopvolger van het zuiveringsschap Veluwe
gronden:
1. In de aangevallen uitspraak stelt het DB,
1.1. dat op het perceel a-straat 2 een woning aanwezig is met eigen sanitaire voorzieningen van waaruit geloosd wordt op oppervlaktewater, en
1.2. dat éénmaal zuiveringslasten in rekening worden gebracht voor de woning op a-straat 1 ten name van W. Evertsen.
2. Volgens artikel 2, onderdeel f, van de hefWngsverordening wordt onder ‘woonruimte’ verstaan een ruimte die blijkens haar inrichting bestemd is als een afzonderlijk geheel te voorzien in woongelegenheid, niet zijnde een recreatiewoonruimte.
3. In bezwaar en beroep stelt belanghebbende dat het pand a-straat 1/2 één woonhuis is met twee huisnummers en dat de lasten altijd zijn betaald via a-straat 2. Ter zitting voegt hij daaraan toe, dat het één woning onder kap betreft, er geen scheiding is aangebracht en alle voorzieningen gemeenschappelijk worden gebruikt. Hij heeft daar een afschrift overgelegd van een op 4 mei 1984 verleende ‘vergunning ingevolge de Woningwet tot het veranderen van een agrarische bedrijfswoning (zodanig dat het pand één woning blijft)’.
4. Het controlerapport dat als bijlage c bij het vertoogschrift is overgelegd vermeldt onder meer, dat nummer 2 een twee-onder-één-kapwoning met nummer 1 betreft. Het DB voert aan, dat volgens de gemeente Z X met echtgenote staat ingeschreven op nummer 1 en belanghebbende met echtgenote en twee kinderen op nummer 2. Het DB leidt daaruit af dat daar twee gezinnen afzonderlijke woonruimten hebben. Het verwijst voorts naar de jurisprudentie volgens welke sprake is van een afzonderlijke woonruimte indien de gebruikers hiervan niet anders dan bijkomstig zijn aangewezen op elders (in het gebouw) aanwezige (sanitaire) voorzieningen.
5. Met zijn stelling dat de uitgevoerde controle uitwijst dat er twee gezinnen wonen die ieder over aparte sanitaire voorzieningen beschikken, maakt het DB tegenover wat belanghebbende aanvoert onvoldoende aannemelijk dat elk stel van de in a-
straat 30- aanwezige dubbele voorzieningen door elk volgens het DB te onderscheiden gezin afzonderlijk wordt gebruikt. Over de inrichting verstrekt het DB tegenover de in de bouwvergunning uitgedrukte voorwaarde geen bijzonderheden, zodat voor dit geding niet kan worden aangenomen dat, in strijd met die voorwaarde, in de woning twee gescheiden woonruimten zijn ontstaan met in elk daarvan één stel sanitaire voorzieningen.
6. Uit het vertoogschrift blijkt dat er reeds een aanslag voor huisnummer 1 is opgelegd ten name van X. Die aanslag moet worden geacht de – volgens het vorenoverwogene als één geheel aan te merken – woonruimte a-straat 1-2 te betreffen, zodat de voor a-straat 2 afzonderlijk aan belanghebbende opgelegde aanslag niet in stand kan blijven.
proceskosten:
Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten Wscale procedures te berekenen op ƒ 30,– aan reis- en verblijfkosten en (3 uur à ƒ 70,– =) ƒ 210,– aan verletkosten, in totaal derhalve ƒ 240,–, waarvan in samenhang met de heden uitgesproken zaken 96/1633 en 96/1634 1/3 aan deze zaak valt toe te rekenen.
beslissing:
Het gerechtshof:
– vernietigt de uitspraak van het DB alsmede de daarbij gehandhaafde aanslag;
– gelast het DB aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van ƒ 75,– te vergoeden;
– veroordeelt het DB in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van 1/3x ƒ 240,– = ƒ 80,–, te vergoeden door het waterschap Vallei & Eem.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken te Arnhem op 3 december 1997 door mr Van Schie, vice-president, lid van de tweede enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Snoijink als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(W.J.N.M. Snoijink) (P.M. van Schie)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 17 december 1997