ECLI:NL:GHARN:1997:AA1136

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
7 oktober 1997
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
96/1589
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.B.H. Röben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 lid 5 Wet op de vennootschapsbelasting 1969Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering verliesverrekening na staking onderneming franchisewinkel

Belanghebbende exploiteerde tot 1 februari 1992 een franchisewinkel die toen werd gesloten. Na staking bleef zij enkel aandelen en een waarborgsom aanhouden. De inspecteur weigerde verliesverrekening en stelde de aanslag vast op de aangegeven winst van ƒ 2.045,-.

Het hof oordeelde dat het aanhouden van aandelen en waarborgsom na meer dan twee jaar niet meer als het drijven van een onderneming kan worden beschouwd volgens artikel 20, lid 5, Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Dit betekent dat per 1 februari 1992 sprake was van het nagenoeg geheel staken van de onderneming.

Daarnaast werd vastgesteld dat de start van een nieuwe onderneming in april 1994 en de overdracht van aandelen in mei 1994 samenhangen, maar dit leidt niet tot een andere conclusie. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en het hof wees een veroordeling in proceskosten af.

De uitspraak werd op 7 oktober 1997 door het gerechtshof Arnhem gedaan en bevestigt de eerdere beslissing van de inspecteur.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de weigering van verliesverrekening na staking van de onderneming.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
vijfde enkelvoudige belastingkamer
nr. 96/1589
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende: *X BV
gevestigd: *Z
ambtenaar: inspecteur Belastingdienst/Ondernemingen *P
aangevallen beslissing: uitspraak op bezwaar
soort belasting: vennootschapsbelasting
jaar : 1994
mondelinge behandeling: met toestemming van partijen niet gehouden
Gronden:
1. Belanghebbende exploiteerde tot 1 februari 1992 een onderneming in de vorm van een "*a" franchisewinkel te *Q. Per genoemde datum is de winkel gesloten. Als actiefpost resteerde een aandelenbezit van ƒ 600,- in een inkoopcombinatie alsmede een hiermee samenhangende waarborgsom van ƒ 6.097,-.
2. Enig aandeelhouder van belanghebbende was tot 9 mei 1994 *A BV, gevestigd te *Q.
Op 9 mei 1994 heeft *B te *Z alle aandelen in belanghebbende gekocht.
3. Op 29 april 1994 is voor rekening en risico van belanghebbende in *Z gestart met de winkel "*a-Z", wederom een franchisewinkel.
Directrice van belanghebbende is blijkens de overgelegde machtiging mevrouw *B.
4. De aangegeven belastbare winst bedroeg ƒ 2.045,-. In de aangifte is dit bedrag verminderd met verliezen van vóór 1992. Aangegeven belastbaar bedrag is nihil.
5. De inspecteur heeft verrekening van het verlies geweigerd en de aanslag vastgesteld naar een belastbaar bedrag van ƒ 2.045,-.
6. Uit de hiervoor weergegeven feiten leidt het hof af, dat belanghebbende de door haar gedreven onderneming per 1 februari 1992 heeft gestaakt. Het enkel aanhouden gedurende meer dan twee jaren van een aantal aandelen in een inkoopcombinatie alsmede een activum in de vorm van een waarborgsom, kan niet worden aangemerkt als het drijven van een onderneming in de zin van artikel 20, lid 5, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
7. Voor zover het aanhouden van voormelde activa nog wel tot activiteiten met betrekking tot een onderneming moet worden gerekend, is naar het oordeel van het hof per 1 februari 1992 sprake van het nagenoeg geheel staken van een onderneming.
8. Voorts is aannemelijk, dat een directe samenhang bestaat tussen de start van de nieuwe onderneming te *Z op 28 april 1994 en het aantreden op 9 mei 1994 van de nieuwe aandeelhoudster. Belanghebbende heeft niets aangevoerd, dat aanleiding kan geven tot een andere conclusie.
9. Het beroep van belanghebbende is niet gegrond.
Proceskosten:
Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Beslissing:
Het gerechtshof bevestigt de uitspraak waarvan beroep.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 1997 te Arnhem door mr. Röben, raadsheer, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Egberts als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(J.L.M. Egberts) (J.B.H. Röben)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 7 oktober 1997