ECLI:NL:GHARN:1997:AA1188
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- mr Hammerstein
- mr Lamens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingvrijstelling en waardevermindering bij vergoeding voor hoogspanningslijn op landbouwgrond
Belanghebbende, mede-eigenaar van een landbouwbedrijf, kreeg in 1993 een vergoeding van de SEP voor het vestigen van een recht van opstal ten behoeve van een hoogspanningslijn op zijn landerijen. De vergoeding bestond uit een bedrag van ƒ 24.984,- en een later vastgesteld bedrag van ƒ 60.000,- voor waardevermindering.
Belanghebbende stelde dat een deel van de vergoeding (ƒ 10.117,-) als vrijgesteld voordeel uit landbouwbedrijf moest worden beschouwd en dat de boekwaarde van de landerijen moest worden afgewaardeerd. De inspecteur verwierp deze standpunten.
Het hof oordeelde dat de vergoeding van ƒ 24.984,- geen vergoeding voor waardeverandering van de gronden bevatte, mede gelet op de overeenkomst en communicatie van de SEP. De latere vergoeding van ƒ 60.000,- betrof wel waardevermindering, maar deze was pas in 1995 vastgesteld. Het hof vond onvoldoende bewijs dat in 1993 al sprake was van waardevermindering die tot afwaardering van de boekwaarde zou leiden.
Daarom bevestigde het hof de bestreden uitspraak van de inspecteur en wees de verzoeken van belanghebbende af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de vergoeding van ƒ 24.984,- niet als vrijgesteld voordeel geldt en dat geen afwaardering van de boekwaarde van de landerijen voor 1993 nodig is.