ECLI:NL:GHARN:1997:AA1198
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens ontbreken schriftelijke overeenkomst economische eigendom
Belanghebbende kocht in februari 1995 een onroerende zaak en verkreeg in juni 1995 de economische eigendom, terwijl de juridische eigendom aan een stichting werd overgedragen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op wegens deze verkrijging.
Belanghebbende voerde aan dat de koopovereenkomst ook de overdracht van de economische eigendom betrof en dat het overgangsrecht van toepassing was, omdat de stichting al vóór 31 maart 1995 was gepland. De inspecteur stelde dat er geen schriftelijke overeenkomst bestond voor de overdracht van de economische eigendom en dat het om twee gescheiden rechtshandelingen ging.
Het hof oordeelde dat op grond van de Wet van 18 december 1995 artikel 2 lid 2 Wet Pro op belastingen rechtsverkeer met terugwerkende kracht tot 31 maart 1995 geldt, maar dat het overgangsrecht alleen geldt als er een schriftelijke overeenkomst bestond op dat tijdstip. Omdat een dergelijke schriftelijke overeenkomst ontbrak, kon het beroep op het overgangsrecht niet slagen.
Daarom werd de naheffingsaanslag van ƒ 37.800,- bevestigd. Het hof vond geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting van ƒ 37.800,- wordt bevestigd wegens ontbreken van een schriftelijke overeenkomst voor overdracht economische eigendom vóór 31 maart 1995.