ECLI:NL:GHARN:1997:AA1284
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- J.L.M. Matthijssen
- J.L.M. Houtman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens niet tijdige oplegging door foutief adres
Belanghebbende, een besloten vennootschap actief in het uitbenen van varkensvlees, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonbelasting over 1989, opgelegd door de inspecteur van de Belastingdienst. De aanslag werd verzonden naar een oud-adres waar belanghebbende sinds medio 1989 niet meer was gevestigd, een fout die aan de Belastingdienst kon worden toegerekend. Ondanks herhaalde waarschuwingen van belanghebbende over de foutieve adressering, bleef de inspecteur het verkeerde adres hanteren.
Belanghebbende betwistte de tijdigheid van de oplegging van de naheffingsaanslag, terwijl de inspecteur dit bevestigde. Het hof stelde vast dat de inspecteur niet kon bewijzen dat belanghebbende uiterlijk 31 december 1994 op de hoogte was van de aanslag. De enkele mededeling dat binnenkort aanslagen zouden worden opgelegd en een verklaring van belanghebbende in januari 1995 waren onvoldoende bewijs voor tijdige kennisgeving.
Daarnaast werd vastgesteld dat de naheffingsaanslag omzetbelasting wel tijdig en correct was verzonden, wat niet automatisch betekende dat de loonbelastingaanslag ook tijdig was ontvangen. Het hof concludeerde dat de naheffingsaanslag loonbelasting 1989 niet binnen de wettelijke termijn van vijf jaar was opgelegd en vernietigde daarom de aanslag en het besluit van de inspecteur.
De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende en tot terugbetaling van het griffierecht. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, waarmee een belangrijke rechtsregel werd bevestigd omtrent de bewijslast en de gevolgen van administratieve fouten bij adressering door de Belastingdienst.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting 1989 wordt vernietigd wegens niet tijdige oplegging door foutieve adressering.