ECLI:NL:GHARN:1998:AA1148
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Röben
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening overdrachtswinst bij inbreng onderneming in besloten vennootschap
Belanghebbende, een ondernemer die per 1 maart 1995 een eenmansbedrijf begon, bracht zijn onderneming in 1996 in een besloten vennootschap in. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op over 1995, waarbij de overdrachtswinst werd toegerekend aan dat jaar. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de winst aan 1996 moest worden toegerekend.
De rechtbank onderzocht de feiten, waaronder de intentieverklaring tot oprichting van de besloten vennootschap en de feitelijke oprichting en inbreng in 1996. Het hof oordeelde dat belanghebbende pas in februari 1996 de beslissing nam tot inbreng en dat hij tot die tijd het ondernemersrisico droeg. Hierdoor kon de overdrachtswinst niet als in 1995 genoten worden beschouwd volgens goed koopmansgebruik.
Het hof verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde de aanslag van de inspecteur. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van het moment van feitelijke inbreng en het dragen van ondernemersrisico bij de toerekening van winst.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 1995 wordt bevestigd.