ECLI:NL:GHARN:1998:AA1149
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens aftrekbare verhuiskosten na echtscheiding en co-ouderschap
Belanghebbende, werkzaam als docent en verhuisplichtig gesteld bij aanstelling, ontving tot eind 1991 een reiskostenvergoeding die in 1992 werd ingetrokken. Na echtscheiding en het sluiten van een co-ouderschapsovereenkomst verhuisde hij tweemaal in 1994: eerst naar een te kleine woning in *R, daarna naar een woning in *Z dichter bij zijn arbeidsplaats.
De inspecteur handhaafde de aanslag inkomstenbelasting 1994 op een belastbaar inkomen van ƒ 79.761,–, maar stemde in met aftrek van verhuiskosten naar *R en eventueel naar *Z. Belanghebbende vorderde aftrek van hogere verhuiskosten en herinrichtingskosten.
Het hof oordeelde dat de verhuiskosten naar *R aftrekbaar zijn en dat ook de tweede verhuizing naar *Z verband hield met de dienstbetrekking, gelet op de zorg voor de kinderen en de krappe behuizing. Van de herinrichtingskosten werden slechts de door de inspecteur geaccepteerde bedragen als aftrekbaar erkend.
De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 72.096,–. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1994 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 72.096,– wegens aftrekbare verhuiskosten en herinrichtingskosten.