ECLI:NL:GHARN:1998:AA1234
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.M. van Schie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten kinderopvang bij onregelmatig werkpatroon
Belanghebbende, werkzaam in een fulltime dienstbetrekking, maakte aanspraak op aftrek van kosten voor kinderopvang door zijn schoonzuster vanwege het onregelmatige werkpatroon van zijn echtgenote. De Inspecteur van de Belastingdienst weigerde deze aftrek omdat de opvang niet beroepsmatig was.
Het Hof stelde vast dat de wettelijke regeling vanaf 1995 de aftrek van kinderopvangkosten beperkt tot beroepsmatige opvang, zoals omschreven in artikel 46 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Niet-beroepsmatige opvang, zoals in dit geval, valt hier niet onder.
Belanghebbende voerde aan dat deze beperking leidt tot discriminatie tussen ouders met reguliere en onregelmatige werktijden, wat in strijd zou zijn met internationale verdragsbepalingen. Het Hof oordeelde echter dat de wetgever een objectieve en redelijke rechtvaardiging heeft voor deze regeling, mede vanwege fraude- en controleaspecten.
Daarom werd het beroep van belanghebbende verworpen en de aanslag bevestigd. Het Hof wees tevens af dat proceskosten aan belanghebbende worden toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting 1995 wordt bevestigd.