ECLI:NL:GHARN:1998:AA1257
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Nijman
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortbestaan assurantiereserve na verzekering bedrijfsschaderisico
Belanghebbende, een vennootschap die tot 1987 een assurantiereserve vormde voor bedrijfsschaderisico's, heeft vanaf 31 augustus 1988 dit risico verzekerd tot een hoog bedrag met een eigen risico en maximale dekking per gebeurtenis. De inspecteur stelde dat hierdoor de grondslag voor de assurantiereserve was vervallen en dat deze ten gunste van de winst moest worden opgeheven.
Belanghebbende voerde aan dat de reserve kon blijven voortbestaan en geleidelijk kon worden afgebouwd door afboekingen van niet door de verzekering gedekte schades. Het hof stelde vast dat volgens artikel 13 Wet Pro IB een assurantiereserve alleen kan voortbestaan voor risico's die in belangrijke mate verzekerd zijn maar niet door de belastingplichtige zelf.
Omdat belanghebbende na 30 augustus 1988 geen bedrijfsschaderisico's meer liep die aan deze voorwaarden voldeden, moest de reserve worden opgenomen in de winst van 1988. Het hof verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde de uitspraak van de inspecteur. Een kostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt bevestigd.