ECLI:NL:GHARN:1998:AA1259
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Geschil over aftrek kosten van verwerving en verlies uit samenwerking met BV in inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting 1994 een bedrag van ƒ 44.562,– als kosten van verwerving afgetrokken, toegelicht als deelname met kapitaal en arbeid onder winstdoelstelling in een BV. De inspecteur weigerde deze aftrek. De aandelen van de BV werden gehouden door de broer van belanghebbende, die ook betrokken was bij de financiering van de BV.
Tijdens het onderzoek bleek dat de BV jarenlang werd medegefinancierd door belanghebbende en zijn broer zonder rentevergoeding. Er was sprake van vorderingen en schulden tussen de BV en de broers, waarbij de broer deze schulden als privévermogen rekende. Belanghebbende kon niet aantonen dat de lening aan de BV een zakelijk karakter had, en hij had geen instemming gegeven voor cessie van de leningen.
Het hof nam mee dat er geen bewijs was van daadwerkelijke activiteiten of een bron van inkomsten uit de vermeende samenwerking. De inspecteur stelde dat er geen jaarstukken of andere gegevens waren die de samenwerking ondersteunden, en dat stortingen door belanghebbende als privéleningen werden beschouwd. Belanghebbende kon deze stellingen niet voldoende weerleggen.
Het hof vernietigde de uitspraak waarvan beroep, erkende dat de aanslag door een ambtshalve beschikking was verminderd, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De aftrek van het bedrag werd afgewezen wegens het ontbreken van een zakelijk karakter en onvoldoende bewijs van een onderneming of samenwerking.
Uitkomst: De aftrek van ƒ 44.562,– als kosten van verwerving en verlies uit samenwerking met de BV wordt afgewezen wegens gebrek aan zakelijk karakter en onvoldoende bewijs.