ECLI:NL:GHARN:1998:AA1265
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid gemeentelijke baatbelasting voor rioolaansluiting in buitengebied
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de gemeenteraad bevoegd was tot het opleggen van een baatbelasting voor de aanleg van een riool in een buitengebied. Belanghebbende betwistte de rechtmatigheid van deze belastingverordening en stelde onder meer dat er sprake was van ongelijke behandeling en dat hij onterecht zuiveringslasten had betaald zonder dat er zuivering plaatsvond.
Het hof overwoog dat artikel 216 van Pro de Gemeentewet de raad expliciet bevoegd stelt tot het vaststellen van gemeentelijke belastingen door middel van belastingverordeningen. Er is geen rechtsregel die het opleggen van een baatbelasting voor rioolaansluiting in het buitengebied verbiedt. De ambtenaar had gemotiveerd gesteld dat de onroerende zaak van belanghebbende baat heeft gehad bij de aanleg en dat de lasten slechts gedeeltelijk aan gerechtigden zijn doorberekend, hetgeen niet werd weersproken.
Verder wees het hof het argument van ongelijke behandeling af, mede omdat in de grondprijzen van uit te geven bouwpercelen een vergelijkbaar bedrag was begrepen. Ook de stelling dat in het verleden zuiveringslasten werden betaald zonder daadwerkelijke zuivering werd niet relevant geacht voor dit geding.
Het beroep van belanghebbende werd derhalve ongegrond verklaard. Het hof zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en bevestigde de bestreden uitspraak van de lagere instantie.
Uitkomst: Het Gerechtshof Arnhem bevestigt de rechtmatigheid van de baatbelasting en wijst het beroep van belanghebbende af.