ECLI:NL:GHARN:1998:AA1280

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
20 mei 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
94/1877
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.B.H. Röben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:900 BWArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990 ondanks bezwaar belanghebbende

Belanghebbende werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over het jaar 1990, gebaseerd op vermeende niet opgegeven inkomsten uit de exploitatie van garderobe en toiletten in een evenementenhal. De inspecteur onderbouwde de aanslag met diverse bewijsstukken, waaronder een brief van de voormalige advocaat, een FIOD-rapport, een overeenkomst en verklaringen van een medewerkster.

Belanghebbende had eerder een akkoordverklaring met de aanslag gegeven, maar stelde daarna toch bezwaar in. Het hof oordeelde dat een akkoordverklaring niet uitsluit dat bezwaar wordt gemaakt, tenzij sprake is van een compromis. De inspecteur kon niet aantonen dat een dergelijk compromis was gesloten.

De eerdere vrijspraak van belanghebbende door de politierechter wegens valsheid in geschrifte deed niet af aan de juistheid van de navorderingsaanslag. Belanghebbende voerde geen argumenten aan die de bewijsvoering van de inspecteur konden weerleggen.

Het hof concludeerde dat de inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende inkomsten had genoten die niet waren opgegeven, en dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd. Er was sprake van grove schuld vanwege het niet doen van juiste aangifte. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de lagere instantie bevestigd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990 en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
vijfde enkelvoudige belastingkamer
nr. 94/1877
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : *X
woonplaats : *Z
ambtenaar : inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen *P
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar, navorderingsaanslag
soort belasting : inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen
jaar : 1990
mondelinge behandeling : op 6 mei 1998 te Arnhem door mr Röben, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Van der Waerden, als griffier
waarbij verschenen : de inspecteur
waarbij niet verschenen : belanghebbende, met kennisgeving aan het hof
gronden:
1. Een enkele akkoordverklaring met een belastingaanslag sluit niet uit dat de belanghebbende, nadat de aanslag is opgelegd, alsnog bezwaar instelt. Zulks is anders indien ter zake een compromis is gesloten.
2. Tegenover de bestrijding door belanghebbende maakt de inspecteur niet waar, dat in dit geval sprake is van een gesloten compromis - zijnde een vaststellingsovereen-komst als bedoeld in artikel 7:900 BW Pro - op grond waarvan belanghebbende zich niet meer tegen de aanslag kan verzetten.
3. Met de overlegging van
– (als bijlage 4 bij het vertoogschrift) een brief 9 juli 1993 van de voormalige advocaat van belanghebbende, waarin deze verklaart dat belanghebbende in 1990 te zamen met mevrouw *A ruimten in de *a-hal heeft geëxploiteerd waarbij ieder de helft van de opbrengst ontving,
– een rapport van de FIOD, nr. *, van 20 oktober 1992,
– een in 1989 tussen de *a-hal, belanghebbende en mevrouw *A gesloten overeenkomst,
– een overzicht van in 1990 in de *a-hal gehouden activiteiten,
– een proces-verbaal van verhoor van mevrouw *A, waarin deze verklaart in 1990 met belanghebbende te hebben samengewerkt, en
– een fiscaal rapport met berekeningen inzake de verdiensten,
maakt de inspecteur voldoende waar, dat belanghebbende in 1990 ter zake van de exploitatie van garderobe en toiletten in de *a-hal te *Z ten minste het bedrag van ƒ 3.000,– heeft verdiend. De inspecteur heeft terecht de belasting over dit bedrag nagevorderd.
Ter zitting heeft de inspecteur geen nadere argumenten toegevoegd.
4. De enkele omstandigheid dat de politierechter op 24 augustus 1994 in het kader van een strafvervolging belanghebbende heeft vrijgesproken van het valselijk opmaken van RWW-formulieren, doet aan vorenstaande conclusie niet af.
5. Belanghebbende heeft overigens geen argumenten aangevoerd op grond waarvan de bewijsvoering door de inspecteur als onjuist zou moeten worden bestempeld.
6. Nu belanghebbende in haar aangifte voor het onderhavige jaar geen melding heeft gemaakt van bedoelde inkomsten heeft de inspecteur niet gehandeld in strijd
met enig beginsel van behoorlijk bestuur door de in de navorderingsaanslag begrepen verhoging niet verder kwijt te schelden dan tot op 25 percent.
Er is ten minste sprake van grove schuld aan de zijde van belanghebbende aan het niet doen van de juiste aangifte.
7. Het beroep van belanghebbende is niet gegrond.
proceskosten:
Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
beslissing:
Het gerechtshof bevestigt de uitspraak waarvan beroep.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 1998 te Arnhem door mr Röben, raadsheer, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Van der Waerden als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier,Het lid van de voormelde kamer,
(A.W.M. van der Waerden)(J.B.H. Röben)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 27 mei 1998