ECLI:NL:GHARN:1998:AA1281
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.J. Matthijssen
- N.E. Haas
- Smeeïng-Van Hees
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens overschrijding termijn afgewezen
Belanghebbende werd door het Hoofd van de Belastingdienst/Douane uitgenodigd tot betaling van omzetbelasting en bijzondere verbruiksbelasting. Bij beschikking van de voorzitter van de belastingkamer werd belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar dit werd door de eerste enkelvoudige belastingkamer ongegrond verklaard.
De Hoge Raad vernietigde vervolgens deze uitspraak op verzet en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem. Belanghebbende verzocht om een mondelinge behandeling, maar verscheen niet op de zittingen ondanks meerdere oproepingen per aangetekende brief. Het hof stelde vast dat belanghebbende geen domicilie in Nederland had gekozen en dat het risico dat de oproep hem niet bereikte voor zijn rekening kwam.
De kern van het geschil betrof de overschrijding van de beroepstermijn. Het beroepschrift was ingekomen op 25 augustus 1992, terwijl de termijn eindigde op 24 augustus 1992. Belanghebbende voerde aan het beroepschrift tijdig als expresspost te hebben aangeboden, maar uit PTT-inlichtingen bleek dat het slechts aangetekend was verzonden. Het hof oordeelde dat belanghebbende het risico van de late verzending voor zijn rekening moest nemen en verklaarde het verzet ongegrond.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wegens overschrijding van de beroepstermijn is ongegrond verklaard.