ECLI:NL:GHARN:1998:AA1287
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Mr Matthijssen
- Mr Vester
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 1992 wegens onzakelijke transacties met onroerend goed
Belanghebbende, directeur en grootaandeelhouder van een besloten vennootschap, betwistte de door de inspecteur opgelegde aanslag inkomstenbelasting over 1992. De inspecteur had een bedrag van circa ƒ 484.544 als een (middellijke) uitdeling aan belanghebbende aangemerkt, voortvloeiend uit onzakelijke overeenkomsten tussen de vennootschap en belanghebbendes echtgenote betreffende vruchtgebruik en erfpachtrechten op onroerend goed.
De onroerende zaak, bestaande uit een magazijn, bedrijfsruimte, bouwterrein en woning, was door belanghebbendes echtgenote gekocht na een mislukte veiling. De vennootschap verkreeg vervolgens rechten op deze onroerende zaak via leningen en contracten met onzakelijke voorwaarden, waaronder een lage rente en een rentevoet van 4% voor kapitalisatie, terwijl de marktrente circa 9% bedroeg.
Het hof oordeelde dat de waarde van de beperkte rechten niet hoger kan zijn dan de waarde van het volle eigendom en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat van deze algemene regel mocht worden afgeweken. Tevens achtte het hof aannemelijk dat de vennootschap deze onzakelijke transacties sloot met het oog op de financiële belangen van belanghebbende en zijn echtgenote.
Daarom werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd. Het hof wees een kostenveroordeling af en benadrukte dat belanghebbende zich niet kon beroepen op de in de aktes opgenomen glijclausule om de uitdeling te ontkennen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1992 en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.