ECLI:NL:GHARN:1998:AA1307
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- T.J. Matthijssen
- A.P.M. Houtman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aftrek ruilverkavelingsrente in inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende, exploitant van een melkveehouderij, voerde aan dat hij een bedrag van ƒ 12.726,– aan te weinig in aftrek gebrachte ruilverkavelingsrente alsnog ten laste van de winst mocht brengen op grond van de foutenleer. Dit bedrag was het gevolg van een wijziging in de waardering van de ruilverkavelingsschulden op basis van de contante waarde tegen een marktrente van 7,4% in plaats van het rentepercentage van 2,875% uit de Ruilverkavelingswet.
De inspecteur had dit bedrag niet als last aanvaard en handhaafde de aanslag. Het hof oordeelde dat goed koopmansgebruik vereist dat in enig jaar niet meer rente ten laste van de winst kan worden gebracht dan feitelijk verschuldigd is op grond van de annuïteiten. De door belanghebbende toegepaste methode leidde niet tot een afwijking van deze regel en de foutenleer was niet van toepassing.
Het hof bevestigde dat de tot en met 1993 toegepaste methode van renteverwerking niet in strijd was met goed koopmansgebruik en dat geen uitzonderingen konden worden gemaakt om een hoger bedrag dan de feitelijke annuïteiten in aftrek te brengen. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag en wijst het beroep van belanghebbende af.