ECLI:NL:GHARN:1998:AA1309
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over legesheffing bouwvergunning wegens onontvankelijkheid bezwaar
Belanghebbenden, X, A BV en B BV, maakten bezwaar tegen de voorlopige vaststelling van leges voor een bouwvergunning voor een bedrijfsverzamelgebouw. Het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn handhaafde het gevorderde bedrag, gebaseerd op een geschatte bouwsom van circa ƒ 655.000.
Het geschil betrof de juiste grondslag voor de legesheffing en de vraag of het bezwaar tijdig was ingediend. Het hof oordeelt dat de legesnota een voorlopige aanslag betrof waartegen op dat moment geen bezwaar openstond, omdat de wettelijke regeling voor bezwaar tegen voorlopige aanslagen pas vanaf 1 juli 1997 van kracht werd.
Daarom was het bezwaar van belanghebbenden onontvankelijk. Het hof vernietigde de uitspraak van het college, verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en bepaalde dat het college alsnog binnen de wettelijke termijn een definitieve aanslag kan opleggen. Tevens werden proceskosten aan belanghebbenden toegekend.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de voorlopige legesheffing is niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van het college vernietigd.