ECLI:NL:GHARN:1998:AA1315

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
6 oktober 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
97/22445
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.B.H. Röben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onduidelijke betalingsverplichting

Belanghebbende parkeerde op 4 juli 1997 zijn personenauto aan de Dukaatweg in Lelystad, waar parkeerbelasting verschuldigd was. Hij betaalde de belasting niet en kreeg een naheffingsaanslag opgelegd. Belanghebbende stelde dat hij niet bekend was in Lelystad en dat het ter plaatse onduidelijk was voor welke parkeerplaatsen de belasting gold.

De ambtenaar van de gemeente stelde dat er duidelijke borden en parkeerautomaten aanwezig waren die de betalingsverplichting aangaven. Het hof stelde vast dat er aan de rechterzijde van de toegangsweg een bord stond met de tekst dat eerst betaald moest worden, maar aan de linkerzijde, waar ook geparkeerd kon worden, ontbrak een dergelijk bord.

Het hof oordeelde dat de gemeente het publiek duidelijk moet maken waar parkeerbelasting geldt. Door de onduidelijkheid over de betalingsverplichting op de linkerzijde kon de naheffingsaanslag niet in stand blijven. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, de naheffingsaanslag vernietigd en de gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd wegens onvoldoende duidelijke aanduiding van de betalingsverplichting.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
vijfde enkelvoudige belastingkamer
nr. 97/22445
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : *X
woonplaats : *Z
ambtenaar : het hoofd van de afdeling Financiën van de gemeente Lelystad (hierna: de ambtenaar)
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar
soort belasting : parkeerbelasting
datum van controle : 4 juli 1997
mondelinge behandeling : op 29 september 1998 te Zwolle door mr Röben, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Vellema, als griffier
waarbij verschenen : belanghebbende, alsmede *A, werkzaam bij de gemeente, als gemachtigde van de ambtenaar
gronden:
1. Belanghebbende stelt in verband met ziekte niet in staat te zijn geweest tijdig beroep in te stellen. Het hof vindt hierin met toepassing van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht aanleiding belanghebbende te ontvangen in zijn beroep.
2. Belanghebbende heeft op 4 juli 1997 zijn personenauto, kenteken *aa-11-bb, merk Volvo, geparkeerd op de Dukaatweg in Lelystad, alwaar ter zake van het parkeren parkeerbelasting is verschuldigd.
3. Aan belanghebbende, die de belasting niet had voldaan, is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
4. Belanghebbende stelt, dat hij in Lelystad niet bekend is en dat de situatie ter plekke verwarrend is omdat niet duidelijk is voor welke vakken de betalingsverplichting geldt.
5. De ambtenaar stelt dat rechts aan de toegangsweg tot het parkeerterrein aan de Dukaatweg een bord is geplaatst waarop duidelijk staat 'Parkeer eerst uw auto en betaal daarna bij de parkeerautomaat'. Ook de parkeerautomaat zelf is duidelijk zichtbaar.
6. De ambtenaar heeft voorts situatiefoto's overgelegd.
Op deze foto's neemt het hof waar, dat na de entree van de Dukaatweg aan de rechterzijde een parkeerterrein ligt met een aan die zijde geplaatst bord met de voormelde tekst.
Ter linkerzijde bestaat gelegenheid tot het parkeren van een rij auto's. Een bord met een betalingsaanwijzing is ter linker zijde niet waar te nemen.
7. Gelet op het hiervoor vastgestelde deelt het hof het standpunt van belanghebben
de, dat ter plekke niet duidelijk blijkt omtrent de belastingplicht op bedoelde linkerzijde.
8. Nu van een gemeente mag worden gevergd dat zij, indien zij een parkeerbelasting heft, het autorijdende publiek duidelijk maakt waar parkeerbelasting is verschuldigd, kan in dit geval de naheffingsaanslag niet in stand blijven.
9. Daar waar in gevallen als deze onduidelijkheid bestaat omtrent de belastingverplichting moet die onduidelijkheid voor rekening van het heffende bestuursorgaan blijven.
10. Het beroep van belanghebbende is gegrond.
proceskosten:
Het hof berekent belanghebbendes proceskosten op de reiskosten *Z-Zwolle v.v. en verblijfskosten, begroot op ƒ 50,–.
beslissing:
Het gerechtshof
– vernietigt de bestreden uitspraak alsmede de daarbij gehandhaafde naheffingsaanslag;
– veroordeelt de ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van ƒ 50,–, te voldoen door de gemeente Lelystad;
– gelast de ambtenaar aan belanghebbende het voor het instellen van het beroep betaalde griffierecht van ƒ 45,– te vergoeden.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 1998 door mr Röben, raadsheer, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Vellema als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier,Het lid van de voormelde kamer,
(A. Vellema)(J.B.H. Röben)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 9 oktober 1998.