ECLI:NL:GHARN:1998:AA1473
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tariefgroep III bij verkrijging successie na echtscheiding en samenwoning
Deze zaak betreft de toepassing van de Successiewet 1956 op de verkrijging van erfbelasting door wijlen belanghebbende na het overlijden van *A, die eerder gehuwd was met belanghebbendes vader. Na de echtscheiding in 1983 en het latere samenwonen van belanghebbendes vader met *A, werd de verkrijging belast tegen het tarief van 41% in tariefgroep III.
Belanghebbende voerde aan dat de aanverwantschap met *A gelijkgesteld moest worden aan bloedverwantschap, mede door het langdurig samenwonen. Het hof oordeelde dat de aanverwantschap slechts gelijkgesteld wordt aan bloedverwantschap indien het huwelijk door overlijden is ontbonden, niet door echtscheiding. Het samenwonen na de echtscheiding is daarvoor niet relevant.
Verder werd geoordeeld dat belanghebbende niet als pleegzoon van *A kan worden beschouwd, omdat hij niet gedurende vijf jaren uitsluitend door *A is onderhouden en opgevoed. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt het hogere successietarief van 41% wegens het ontbreken van gelijkstelling van aanverwantschap met bloedverwantschap na echtscheiding.