ECLI:NL:GHARN:1999:AA1353
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vermindert boete voor gebruik motorrijtuig tijdens schorsing
Belanghebbende werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag en boete wegens het gebruik van een Mazda-motorrijtuig tijdens een geldende schorsing op 17 april 1999. De zoon van belanghebbende gebruikte het voertuig zonder diens toestemming, met het doel het voertuig de volgende dag te laten keuren.
De inspecteur stelde dat vrijstelling van motorrijtuigenbelasting alleen geldt op de dag van de APK-keuring en dat de vrijstelling vooraf aangevraagd moet worden. Omdat het voertuig op een andere dag werd gebruikt, werd de naheffingsaanslag gehandhaafd met een boete van 100%.
Het hof oordeelde dat de boete terecht werd opgelegd, maar matigde deze tot 25% vanwege het kortstondige gebruik en het ontbreken van opzet van belanghebbende. Tevens werd belanghebbende in het gelijk gesteld voor proceskosten en griffierecht.
De uitspraak vernietigt de eerdere beslissing en vermindert de naheffingsaanslag tot ƒ 2.049,- met een verhoging van 25%, waarbij de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Boete wegens gebruik motorrijtuig tijdens schorsing gematigd tot 25% verhoging en proceskosten toegekend aan belanghebbende.