ECLI:NL:GHARN:1999:AA1370

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
21 oktober 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
98/02303
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • N.E. Haas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 Wet inkomstenbelasting 1964
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering aanslag inkomstenbelasting 1995 wegens loonheffing verrekening

Belanghebbende was in 1995 directeur van een BV die geen loonheffing op zijn loon heeft ingehouden of afgedragen. De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag op aan de BV. Volgens artikel 63 Wet Pro inkomstenbelasting 1964 zijn de nageheven loonbelasting en premie volksverzekeringen verrekenbaar met de inkomstenbelasting van belanghebbende.

De inspecteur stelde dat het van belang was of belanghebbende wist dat er geen loonheffing werd ingehouden en of de naheffingsaanslag betaald zou worden, maar het hof oordeelde dat dit niet relevant is. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard en de aanslag verminderd.

Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, verminderde de aanslag tot een belastbare som van ƒ59.578 onder verrekening van ƒ54.156 aan loonheffing, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd op 21 oktober 1999 in Arnhem mondeling gedaan.

Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1995 wordt verminderd door verrekening van loonheffing en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
eerste meervoudige belastingkamer
nr. 98/02303
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende:X
te:Z
ambtenaar:de inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen P
aangevallen beslissing:uitspraak op bezwaarschrift tegen aanslag
soort belasting:inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen
jaar:1995
mondelinge behandeling:op 7 oktober 1999 te Arnhem door mr N.E. Haas, mr Matthijssen en mr drs F.J.P.M. Haas in tegenwoordigheid van mr Snoijink als grifWer
waarbij verschenen:de gemachtigde van belanghebbende, alsmede de inspecteur
gronden:
1. In het onderhavige jaar was belanghebbende werkzaam als directeur van A B.V. (hierna: de BV).
2. De BV heeft op belanghebbendes loon geen loonhefWng ingehouden, laat staan afgedragen. Ter zake is aan de BV een nahefWngsaanslag opgelegd.
3. Indien de inspecteur bij een inhoudingsplichtige de loonhefWng heeft nageheven, zijn de nageheven loonbelasting en premie volksverzekeringen op de voet van artikel 63 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 in de voor het onderhavige geldende tekst als voorhefWng verrekenbaar met de verschuldigde inkomstenbelasting en premie.
4. Anders dan de inspecteur kennelijk meent, is daarbij niet van belang:
4.1. of belanghebbende wist dat geen loonhefWng werd ingehouden, en
4.2. of de nahefWngsaanslag geheel of gedeeltelijk niet betaald zal worden.
5. Het beroep is gegrond. De aanslag moet worden verminderd zoals hierna onder ‘beslissing’ wordt weergegeven.
proceskosten:
Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten Wscale procedures en in samenhang met de zaak nummer 98/02304, waarin heden eveneens mondeling uitspraak wordt gedaan, te berekenen op (1 [beroepschrift] +1 [verschijnen mondelinge behandeling]) ƒ 710,– 2 [gewicht van de zaak] 1 [samenhangende zaken] = ƒ 2 840,–.
beslissing:
Het gerechtshof:
– vernietigt de uitspraak van de inspecteur;
– vermindert de aanslag tot een, berekend naar een belastbare som van ƒ 59 578 onder verrekening van ƒ 54 156 aan loonheffing;
– gelast de inspecteur aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van ƒ 80 te vergoeden;
– veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van ƒ 2 840,–, te vergoeden door de Staat der Nederlanden.
Aldus in het openbaar uitgesproken te Arnhem op 21 oktober 1999 door mr N.E. Haas voornoemd, lid van de derde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Wagelmans als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(P.F.A. Wagelmans) (N.E. Haas)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 25 oktober 1999