ECLI:NL:GHARN:1999:AA1377
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.M. van Schie
- A.W.M. van der Waerden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging baatbelasting herinrichting voetgangersgebied Doetinchem wegens willekeurige heffing
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de in 1995 opgelegde baatbelasting voor de herinrichting van het voetgangersgebied in de binnenstad van Doetinchem. De herinrichting vond plaats in twee fasen, waarbij de eerste fase de basis vormde voor de betwiste aanslag. Het college van burgemeester en wethouders handhaafde de aanslag, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem.
Tijdens de procedure stelde het hof vast dat de aanslag betrekking had op een onroerende zaak met een bedrijfsbestemming die volgens het college baat had bij de herinrichting. Belanghebbende voerde aan dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de heffing, dat zijn onroerende zaak niet baat had, en dat sprake was van willekeurige heffing doordat vergelijkbare percelen buiten de heffing waren gelaten.
Het hof oordeelde dat het college een onjuiste maatstaf hanteerde door percelen met dezelfde bestemming verschillend te behandelen op basis van feitelijk gebruik, wat leidde tot willekeurige belastingheffing. Hierdoor was de Verordening jegens belanghebbende onverbindend. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag en de bestreden uitspraak vernietigd, en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hof vernietigt de aanslag baatbelasting 1995 wegens willekeurige heffing en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.