ECLI:NL:GHARN:1999:AA1394
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- mr. Röben
- mr. Lamens
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep gemeente tegen weigering aftrek voorbelasting huisvestingskosten stadhuis
De gemeente X was het niet eens met de naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1991-1995, waarin de Inspecteur de aftrek van voorbelasting op de huisvestingskosten van 36 medewerkers in het nieuw gebouwde stadhuis had geweigerd. Deze medewerkers hielden zich uitsluitend bezig met de aanleg van gemeenschapsvoorzieningen, waarvan de kosten via grondprijzen aan kopers werden doorberekend.
De gemeente stelde dat de huisvestingskosten onderdeel waren van de kosten van aanleg van gemeenschapsvoorzieningen en dat de Comptabiliteitsvoorschriften en Resolutie BTW-28 een objectieve maatstaf voor toerekening voorschrijven. De Inspecteur hield vast aan een ruime uitleg van het begrip 'raadhuis' en wees aftrek af om cumulatie van omzetbelasting te voorkomen.
Het Hof oordeelde dat de uitleg van de Inspecteur te ruim was en in strijd met de bedoeling van de resolutie, die cumulatie van belastingen wil voorkomen. Het Hof aanvaardde de stelling van de gemeente dat de voorbelasting terecht aftrekbaar is omdat de kosten behoren tot de aanleg van gemeenschapsvoorzieningen en niet tot het stadhuis als zodanig.
Het beroep werd gegrond verklaard, de naheffingsaanslag verminderd tot ƒ 125.472,– en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van de gemeente. Het Hof benadrukte dat de aftrek anders zou zijn toegestaan indien de medewerkers in een apart gebouw waren gehuisvest.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente is gegrond verklaard en de naheffingsaanslag verminderd tot ƒ 125.472,–.