ECLI:NL:GHARN:1999:AA1405
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens onregelmatige verstrekking vakantiebonnen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, is over de periode 1992-1995 een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd vanwege het niet voldoen aan de voorwaarde dat vakantiebonnen regelmatig bij de loonbetaling worden verstrekt. De aanslag bedroeg ƒ 18.473,-- met heffingsrente van ƒ 1.039,--. Belanghebbende was overgestapt van vakantiegeld naar vakantiebonnen op aandringen van de vakbond, waarbij de bonnen twee keer per jaar werden verstrekt in plaats van regelmatig bij loonbetaling.
De Inspecteur stelde dat deze wijze van verstrekking niet voldoet aan artikel 10, lid 2, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 (URLB), en heeft de aanspraken daarom voor de volle nominale waarde in de heffing betrokken. Belanghebbende voerde aan dat de afwijking noodzakelijk was om financiële problemen te voorkomen en omdat werknemers de bonnen op de voorgeschreven wijze niet wilden. Dit verweer werd door het hof verworpen.
Het hof oordeelde dat de duidelijke tekst van de URLB niet kan worden genegeerd en dat het gelijkheidsbeginsel geen grond biedt om de regeling uit te breiden. De naheffingsaanslag werd daarom bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen. De mondelinge behandeling vond plaats op 26 mei 1999, waarbij belanghebbende niet was verschenen vanwege faillissement.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting wegens onregelmatige verstrekking van vakantiebonnen.