ECLI:NL:GHARN:1999:AA1427
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting ondanks Duits kenteken en verblijf in Duitsland
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over de periode van september 1995 tot augustus 1996. Hij betwistte deze aanslag met het argument dat hij zijn hoofdverblijf in Duitsland had en dat het voertuig met een Duits kenteken was geregistreerd.
Het hof stelde vast dat belanghebbende weliswaar een Duits kenteken had en een adres in Duitsland, maar dat hij feitelijk in Nederland verbleef. Dit werd onderbouwd met inschrijving in het Nederlandse bevolkingsregister, inkomstenbelastingaangifte, en het gebruik van een vakantiewoning in Nederland. De inspecteur had voldoende bewijs geleverd dat belanghebbende zijn hoofdverblijf in Nederland had.
Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard. Ook het beroep op vrijstelling op grond van artikel 73 van Pro de Wet motorrijtuigenbelasting en op artikel 37 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen faalde. Het hof bevestigde de uitspraak van de inspecteur en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting omdat belanghebbende in Nederland zijn hoofdverblijf heeft.