ECLI:NL:GHARN:1999:AA1429
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Matthijssen
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over waterschapslasten en belang bij waterkwantiteitsbeheer
Belanghebbende stelde bezwaar tegen de aanslag waterschapslasten over 1996, omdat zij meende dat haar onroerende zaken geen belang hadden bij de taakuitoefening van het waterschap en daarom niet als heffingsobject mochten dienen. Het waterschap handhaafde de aanslag na vermindering wegens bezwaar.
Het hof oordeelde dat het belang objectief moet worden gemeten aan het bestaande voorzieningenniveau en dat water afkomstig van het landgoed De *A wel degelijk via het watergangenstelsel van het waterschap afvloeit, waardoor er een belang is bij het waterkwantiteitsbeheer. De stelling van belanghebbende dat er geen direct belang is, werd verworpen.
Wel werd de aanslag verminderd met een klein bedrag wegens een afrondingsfout door het waterschap. Het hof vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de aanslag definitief vast op ƒ 1.701,–, waarbij het waterschap het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden.
De procedure diende als model voor soortgelijke geschillen tussen waterschappen en beheerders van natuurterreinen. Het hof bevestigde dat ligging binnen het beheersgebied niet automatisch heffingsplicht impliceert, maar dat het objectieve belang bij waterbeheer doorslaggevend is.
De indeling in omslagklassen werd niet betwist, en het hof vond geen aanleiding om de aanslag verder te verminderen dan de afrondingscorrectie.
Uitkomst: Aanslag waterschapslasten wordt licht verminderd wegens afrondingsfout, belanghebbende heeft wel belang bij waterbeheer.