ECLI:NL:GHARN:1999:AA1435
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting over dienstwoningen met boete
Belanghebbende bezit twee dienstwoningen die worden bewoond door kosters in dienstbetrekking. Na een boekenonderzoek in 1993 legde de Belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting op vanwege het verschil tussen de economische huurwaarde en het bedrag dat aan de kosters werd doorberekend. Een eerder beroep strandde wegens niet-tijdige betaling van griffierecht.
In 1996 volgde een nieuwe naheffingsaanslag over de jaren 1994 en 1995, verhoogd met een boete van 25%. Belanghebbende voerde aan dat de waarde van het woongenot lager moest worden vastgesteld vanwege bijzondere omstandigheden en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel, maar deze stellingen werden verworpen.
Het hof oordeelde dat de wettelijke regeling bepaalt dat alleen de werknemer via de inspecteur een lagere waarde kan laten vaststellen. Het hof vond dat belanghebbende lichtvaardig handelde door niet eerder een rechtsgang te initiëren en bevestigde de boete. Er was geen sprake van strijd met beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting inclusief een boete van 25% voor de jaren 1994 en 1995 en wijst het beroep van belanghebbende af.