ECLI:NL:GHARN:1999:AA1443
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar en beoordeling aftrek buitengewone lasten in inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 1994, die was gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 46.438,-. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de motivering niet tijdig was ingediend. Belanghebbende stelde dat de Inspecteur onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte door geen laatste uitsteltermijn te geven met waarschuwing voor niet-ontvankelijkheid.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur inderdaad tekort was geschoten door geen expliciete laatste termijn van twee weken te geven en de waarschuwing over de sanctie van niet-ontvankelijkheid. Hierdoor werd de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en belanghebbende ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar.
Inhoudelijk betrof het geschil de vraag of belanghebbende een extra bedrag van ƒ 8.274,- aan uitgaven voor levensonderhoud van zijn zoon in aftrek mocht brengen. Hoewel belanghebbende aannemelijk maakte dat hij zijn studerende zoon maandelijks financieel ondersteunde en kosten voor studieboeken en extra kosten voor kost en inwoning droeg, gaf hij geen inzicht in de financiële positie van zijn zoon. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de zoon verdere ondersteuning nodig had.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen bewijs was geleverd van toezeggingen door ambtenaren in eerdere jaren. Het hof handhaafde daarom de aanslag zoals vastgesteld door de Inspecteur. Tot slot veroordeelde het hof de Staat tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Bezwaar ontvankelijk verklaard, niet-ontvankelijkverklaring vernietigd, aanslag gehandhaafd, proceskosten toegewezen aan belanghebbende.