ECLI:NL:GHARN:1999:AA1446
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-beschikking wegens niet-afsluitbare gedeelten woonboerderij
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een WOZ-beschikking waarin de waarde van haar woning, een woonboerderij verdeeld in twee gedeelten, was vastgesteld. De boerderij is bewoond door belanghebbende en een derde, waarbij de gedeelten via een gezamenlijk trappenhuis met niet-afsluitbare deuren in elkaar overlopen.
Het geschil betrof de vraag of de gedeelten als afzonderlijke eenheden konden worden aangemerkt voor waardebepaling. Het hof stelde vast dat de gedeelten niet redelijk afsluitbaar zijn, omdat de deuren in het trappenhuis niet afsluitbaar zijn en toegang tot nutsvoorzieningen via het andere gedeelte verloopt.
Het hof oordeelde dat de gedeelten daardoor niet als afzonderlijk geheel kunnen worden beschouwd. Gevolg was dat de WOZ-beschikking en de bestreden uitspraak moesten worden vernietigd. Tevens werden de proceskosten aan B&W opgelegd.
Uitkomst: De WOZ-beschikking en bestreden uitspraak worden vernietigd omdat de gedeelten niet als afzonderlijk geheel kunnen worden beschouwd wegens het ontbreken van redelijke afsluitbaarheid.