ECLI:NL:GHARN:1999:AA1452
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in tegen een uitspraak van de inspecteur, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht. Het hof onderzocht of de griffierechtnota op juiste wijze was verzonden. Uit het dossier bleek dat de griffierechtnota niet aangetekend was verzonden zoals vereist volgens artikel 2, lid 7, van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Daarnaast was de nota niet door PTT-post aangeboden, en was de retourmelding 'onbekend' en 'huisnummer bestaat niet'.
Het hof concludeerde dat de nota griffierecht belanghebbende niet op regelmatige wijze had bereikt. Hierdoor kon de niet-ontvankelijkverklaring niet gehandhaafd worden. Het hof adviseerde belanghebbende passende maatregelen te nemen indien het adres onduidelijk was. Het verzet werd gegrond verklaard, de beschikking verviel en de zaak moest opnieuw in behandeling worden genomen. Belanghebbende zou een nieuwe uitnodiging tot betaling van het griffierecht ontvangen.
De beslissing werd op 18 februari 1999 te Arnhem uitgesproken door raadsheer Röben, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in aanwezigheid van griffier Nuboer.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring vervalt, waarna de zaak opnieuw in behandeling wordt genomen.