ECLI:NL:GHARN:1999:AA3871
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- mrs Lamens
- mw mr De Kroon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens autokostenforfait en ongelijkheidsvraag
In deze bestuursrechtelijke zaak betrof het geschil de toepassing van artikel 42, vierde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, inzake de extra bijtelling van 4% van de catalogusprijs voor het gebruik van een door de werkgever ter beschikking gestelde personenauto. De Hoge Raad had eerder geoordeeld dat deze bijtelling geen verband houdt met privégebruik, maar een zelfstandige bijtelling vormt voor werknemers die meer dan drie dagen per week een enkele reisafstand van meer dan 30 kilometer afleggen.
De Hoge Raad stelde dat deze regeling ongelijkheidsproblemen oplevert doordat een beperkte groep belastingplichtigen wordt bevoordeeld zonder rechtvaardiging, en dat het aan de wetgever is om deze ongelijkheid op te heffen. De regering heeft vervolgens een wetsvoorstel ingediend dat de regeling aanpast, waarbij het hof oordeelt dat dit voorstel voldoende tegemoetkomt aan de geconstateerde ongelijkheid.
Het hof acht het maatschappelijk belang, de complexiteit van de regeling en de budgettaire gevolgen van belang en vindt dat de wetgever een redelijke termijn moet krijgen om de ongelijkheid op te heffen. Aangezien het wetsvoorstel binnen veertien maanden na het arrest van de Hoge Raad is ingediend, is volgens het hof voldoende voortvarendheid betracht.
Daarom blijft de regeling van artikel 42, vierde lid, van de Wet van toepassing en leidt de gesignaleerde ongelijkheid niet tot vernietiging van de naheffingsaanslag omzetbelasting. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en verklaart het beroep ongegrond.