ECLI:NL:GHARN:1999:AA4213
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- E.M. van Hoorn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aftrek kosten kantoorruimte in huurwoning voor belastingplichtige
Belanghebbende, die een adviespraktijk vanuit zijn huurwoning in een ruime woning te *Z dreef, vorderde aftrek van huisvestingskosten, waaronder kosten van kantoorruimte en inventaris, bij zijn aangifte inkomstenbelasting 1995. De inspecteur weigerde deze aftrek op grond van artikel 8b, lid 1, onderdeel a, sub 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, omdat de kantoorruimte zich in een niet tot het ondernemingsvermogen behorende woning bevond en niet werd voldaan aan de 50%-grens van winst en inkomsten uit arbeid die in of vanuit die ruimte werden verworven.
Belanghebbende stelde dat sprake was van praktijkruimte en niet van kantoorruimte, dat hij discriminatie ondervond ten opzichte van andere ondernemers, dat hij in eerdere jaren vertrouwen had gekregen op aftrek, en dat hij kantoorkosten doorberekende aan zijn klanten. Het hof oordeelde dat de gebruikte ruimten kwalificeren als kantoorruimte en dat de werkzaamheden vooral administratief waren. De omzet en winst waren te gering om te voldoen aan de wettelijke voorwaarde dat de winst en inkomsten uit arbeid grotendeels in de kantoorruimte worden verworven.
Het hof verwierp het verweer van discriminatie, omdat huurders en eigenaren fiscaal verschillend worden behandeld en het onderscheid objectief en redelijk is. Ook was geen sprake van opgewekt vertrouwen, omdat geen bewijs was dat ambtenaren in eerdere jaren toezeggingen hadden gedaan. De doorberekening van kantoorkosten aan klanten deed niet af aan de wettelijke beperking. Het hof bevestigde daarom de bestreden uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de weigering van aftrek van kosten van kantoorruimte in de huurwoning en wijst het beroep af.