ECLI:NL:GHARN:1999:AA4393
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging legesaanslag na weigering bouwvergunning voor schutting
Belanghebbende diende op 25 november 1997 een aanvraag in voor een bouwvergunning voor een schutting van 1,80 meter hoog aan de voorgevelrooilijn van zijn perceel. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning op 19 februari 1998 en kondigde daarbij een legesaanslag van ƒ124 aan, welke op 30 april 1998 werd gedagtekend.
Volgens de Legesverordening 1995, gewijzigd per 24 juni 1997, wordt bij weigering van een bouwvergunning het legesbedrag gerestitueerd met uitzondering van ƒ124, tenzij het verschuldigde bedrag lager is dan ƒ124, dan wordt het gehele bedrag in rekening gebracht. Belanghebbende voerde aan dat de schutting reeds op 3 juli 1997 was geplaatst en dat hij pas later op 3 september 1997 telefonisch werd geïnformeerd over de vergunningplicht. Tevens stelde hij dat er later een gedoogverklaring werd afgegeven op 8 september 1998.
De ambtenaar stelde dat het inzicht over de juridische haalbaarheid van handhaving pas ontstond na het bezwaarschrift van belanghebbende en dat dit geen reden is om het legesbedrag te verminderen of af te zien van de heffing. Het hof oordeelde dat het bezwaar ongegrond is en bevestigde de legesaanslag. Tevens vond het hof geen aanleiding voor een kostenveroordeling. De uitspraak werd mondeling gedaan op 16 december 1999 te Arnhem door raadsheer N.E. Haas.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de legesaanslag van ƒ124 na weigering van de bouwvergunning en verklaart het beroep ongegrond.