ECLI:NL:GHARN:1999:AA4758
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J.M. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens onrechtmatig gebruik handelaarskenteken
Belanghebbende was ingeschreven als houder van een handelaarskenteken voor een personenauto. Tijdens een controle op 11 oktober 1998 werd vastgesteld dat hij met dit kenteken reed terwijl de auto eigendom was van zijn vader en hij de auto slechts tijdelijk onder zich had voor reparatie. Belanghebbende voerde aan dat hij onderweg was naar een potentiële koper en dat zijn vrouw en dochter meereisden.
Het hof oordeelde dat het gebruik van het handelaarskenteken uitsluitend is toegestaan voor bedrijfsactiviteiten van de houder, zoals bepaald in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en het Uitvoeringsbesluit. Een rit naar een mogelijke koper van een auto van een ander valt hier niet onder. De Inspecteur had daarom terecht de naheffingsaanslag over twaalf maanden opgelegd met een verhoging van honderd procent.
Belanghebbende stelde dat de Inspecteur onredelijk had gehandeld door geen kwijtschelding van de verhoging te verlenen, maar het hof vond dat de Inspecteur dit besluit in redelijkheid had genomen en geen beginselen van behoorlijk bestuur had geschonden.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak waarvan beroep werd bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting met verhoging wordt bevestigd wegens onrechtmatig gebruik van het handelaarskenteken.