ECLI:NL:GHARN:1999:AA4846
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aftrek studiekosten dochter als zakelijke kosten
Belanghebbende en zijn echtgenote drijven samen een kapsalon en brachten in 1995 de studiekosten van hun toen 16-jarige dochter, die een kappersopleiding volgde, ten laste van de firmawinst. De dochter verrichtte voor aanvang van de opleiding hand- en spandiensten in het bedrijf en het was de bedoeling dat zij na afronding in de onderneming zou werken.
De totale studiekosten bedroegen ƒ 31.544,- waarvan ƒ 12.971,- in 1995 werd betaald. Belanghebbende stelde dat deze kosten zakelijke kosten waren omdat de opleiding naadloos aansloot bij toekomstige werkzaamheden in de onderneming en vanwege zijn leeftijd van 53 jaar al rekening werd gehouden met bedrijfsopvolging.
De Inspecteur weigerde de aftrek van deze kosten. Het hof oordeelde dat de kosten van persoonlijke aard zijn omdat het ging om een minderjarig kind waarvoor kinderbijslag wordt ontvangen en de wettelijke zorgplicht van de ouders geldt. De hoop dat de dochter later in het bedrijf zou werken en de tussen partijen gesloten studie-overeenkomst veranderden hier niets aan.
Het hof bevestigde de bestreden uitspraak en wees het beroep van belanghebbende af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de studiekosten van de minderjarige dochter niet als zakelijke kosten aftrekbaar zijn.