ECLI:NL:GHARN:1999:AE9593

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
1 april 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/170
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van der Weij
  • Houtman
  • Smeeïng-Van Hees
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks boetes onvoldoende grond voor afwijzing

In deze civiele zaak heeft appellant X hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 8 maart 1999, waarin zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de toepassing van de schuldsaneringsregeling alsnog uitgesproken.

Het geschil draaide om de vraag of X te goeder trouw was met betrekking tot het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank had de aanvraag afgewezen mede omdat een deel van de schulden bestond uit door X te betalen boetes, waaronder boetes voor rijden onder invloed.

Het hof oordeelde echter dat het enkele feit dat een deel van de schulden uit boetes bestaat onvoldoende is om te concluderen dat X niet te goeder trouw was. Daarnaast was niet aannemelijk geworden dat andere limitatief opgesomde afwijzingsgronden in artikel 288 Faillissementswet Pro van toepassing waren. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees het alsnog de schuldsaneringsregeling toe.

De mondelinge behandeling vond plaats op 1 april 1999, waarbij X verscheen met zijn procureur. Het arrest werd in openbare terechtzitting uitgesproken door de kamer van het gerechtshof Arnhem.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst alsnog de toepassing van de schuldsaneringsregeling toe.

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem
Eerste civiele kamer
Arrest
in de zaak van:
X
wonende te Arnhem,
appellant,
procureur: mr A.J.M. van Haaren te Arnhem.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 8 maart 1999, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.
2. Het geding in hoger beroep
2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 16 maart 1999, is appellant (hierna te noemen: X.) in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis van 8 maart 1999, waarbij zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.
2.2 Bij voormeld beroepschrift heeft X. het hof verzocht de beschikking (bedoeld is: het vonnis) van de rechtbank te Arnhem van 8 maart 1999 te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, alsnog het verzoek van X. tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe te wijzen.
2.3 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken.
2.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 april 1999, waarbij X. is verschenen, bijgestaan door zijn procureur.
3 De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1 Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
3.2 Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat X. ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest (artikel 288, tweede lid onder b, Faillissementswet). Voor het ontbreken van deze goede trouw acht het hof onvoldoende dat een deel van de schulden van X. bestaat uit door hem te betalen boetes.
Nu evenmin aannemelijk is geworden dat één van de andere in artikel 288 Faillissementswet Pro limitatief opgesomde afwijzingsgronden zich hier voordoet, zal het hof de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling alsnog uitspreken. Het bestreden vonnis zal derhalve worden vernietigd.
4 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
vernietigt het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 8 maart 1999, en, opnieuw rechtdoende,
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit.
Dit arrest is gewezen door mrs Van der Weij, Houtman en Smeeïng-Van Hees en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 1999.