ECLI:NL:GHARN:1999:AE9679

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
27 mei 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
1999/279
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Houtman
  • Van Raalte
  • Groen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 318 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken gronden en laattijdig aanvullend verzoek in schuldsaneringszaak

Appellant X is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle dat zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afwees. Het hof heeft het beroepschrift ontvangen, maar constateerde dat daarin de gronden voor het hoger beroep ontbraken en dat het oorspronkelijke verzoek en vonnis niet waren overgelegd. Tevens werd geen aanvullend verzoekschrift met gronden tijdig ingediend.

Tijdens de mondelinge behandeling op 27 mei 1999 verschenen zowel appellant als de bewindvoerder. Het hof overwoog dat appellant diverse afspraken met de bewindvoerder niet was nagekomen, onvoldoende opheldering gaf over een vordering en zich niet correct had gedragen ten aanzien van incasso van gecedeerde vorderingen.

Het hof verklaarde appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Voor het geval het hof inhoudelijk had moeten oordelen, zou het beroep geen succes hebben gehad vanwege gegronde vrees dat appellant schuldeisers zou benadelen of verplichtingen niet zou nakomen.

Het arrest werd gewezen door de rechters Houtman, Van Raalte en Groen en uitgesproken op 27 mei 1999.

Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens ontbreken van gronden en niet tijdig indienen van aanvullend verzoek.

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem
Eerste civiele kamer
Arrest
in de zaak van:
X
wonende te P
appellant,
procureur: mr P.C. Plochg.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te Zwolle van 4 mei 1999, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.
2 Het geding in hoger beroep
2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 11 mei 1999, is appellant (hierna te noemen: X) in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis, waarbij zijn verzoek tot (definitieve) toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.
2.2 Bij voormeld beroepschrift heeft hij het hof verzocht voormeld vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de schuldsaneringsaneringsregeling op hem van toepassing te verklaren.
2.3 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een openbaar verslag ex artikel 318 Faillissementswet Pro van 3 mei 1999 van de bewindvoerder mr. G. van Rijssen, advocaat te Zwolle, een brief van 25 mei 1999 van de advocate van X., mr G.M. Gerdes te Zwolle, waarbij zij een verklaring schuldsanering van de Stadsbank te Zwolle, een overzicht crediteuren en een overzicht van de vaste lasten overlegt, alsmede een schriftelijke reactie op het beroepschrift van 26 mei van de bewindvoerder.
2.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 mei 1999, waarbij X. is verschenen, bijgestaan door mr G.M. Gerdes. Tevens is verschenen de bewindvoerder.
3 De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1 Het beroep is tijdig ingesteld. In het beroepschrift ontbreken de gronden voor het door X. ingestelde hoger beroep, terwijl evenmin daarbij het oorspronkelijke verzoek en het vonnis waarvan beroep zijn overgelegd. Ook heeft X. niet met bekwame spoed een aanvullend verzoekschrift, houdende de gronden voor het hoger beroep, ingediend. Hij is daarom niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.
3.2 Ten overvloede wordt overwogen dat, indien het hof was toegekomen aan een inhoudelijk oordeel, het hoger beroep geen doel zou hebben getroffen. Uit hetgeen ter zitting van de zijde van X. en door de bewindvoerder is aangevoerd, leidt het hof af dat er gegronde vrees bestaat dat X. tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal trachten zijn schuldeisers te benadelen dan wel zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen. Zo is hij diverse afspraken met de bewindvoerder niet nagekomen, heeft hij ook ten aanzien van een vordering van Eurocamp aanvankelijk onvoldoende opheldering gegeven en heeft hij zich met betrekking tot de incasso van eerder door hem gecedeerde vorderingen niet juist gedragen.
4 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
verklaart X. niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs Houtman, Van Raalte en Groen en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 1999.