ECLI:NL:GHARN:1999:AE9707

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
22 juli 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
1999/392
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Houtman
  • Van Wijland-Kalkman
  • Van der Kwaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 onder a FaillissementswetArt. 287 lid 2 FaillissementswetArt. 292 lid 6 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende inzicht in schulden

Appellante X. kwam in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem dat haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afwees. Zij betwistte dat zij niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het ontstaan van de schulden en stelde dat veel schulden door haar echtgenoot Y. waren gemaakt, met wie zij gescheiden leefde.

Tijdens de mondelinge behandeling gaf X. aan dat het overzicht van schulden niet volledig was en dat zij niet kon aangeven welke schulden van haar waren en welke van haar echtgenoot. Ook verwees zij naar niet in het overzicht opgenomen schulden die zij niet nader kon specificeren.

Het hof oordeelde dat het door X. verstrekte overzicht onvoldoende inzicht gaf in de aard en omvang van de schulden. Hierdoor voldeed zij niet aan artikel 285 lid 1 onder Pro a van de Faillissementswet. Het hof benadrukte dat in hoger beroep geen voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling mogelijk is om ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende inzicht in de schulden.

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem
Arrest
in de zaak van:
X.
wonende te P.,
appellante,
procureur: mr J.W.M. Soentjens
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 23 juni 1999, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.
2 Het geding in hoger beroep
2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 30 juni 1999, is appellante (hierna te noemen: X.) in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis, waarbij haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen
2.2 Bij voormeld beroepschrift heeft X. het hof verzocht het vonnis van 23 juni 1999 te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling alsnog toe te wijzen.
2.3 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een verklaring schuldsanering van de gemeente Arnhem en een overzicht schulden X. d.d. 12 mei 1999.
2.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juli 1999, waarbij X. is verschenen in persoon, bijgestaan door mr J.W.M. Soentjens, advocaat te Arnhem.
3 De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1 Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
3.2 X. betwist in haar beroepschrift dat zij bij het ontstaan of onbetaald laten van de schulden niet te goeder trouw is geweest. Zij is het niet eens met het oordeel van de rechtbank dat zij op de hoogte was en meegeprofiteerd heeft van de in het vonnis omschreven handelswijze van haar echtgenoot Y.voert daartoe het volgende aan. Haar echtgenoot was verslaafd aan alcohol en gokken. Hij heeft haar meerdere malen bedrogen en X. heeft gedurende diverse periodes, waaronder ook de periode medio 1997, gescheiden geleefd van haar echtgenoot. Het geld dat de handelswijze van haar echtgenoot hem opleverde ging geheel op aan drank, gokken en andere vrouwen.
3.3 Ter zitting is X. in de gelegenheid gesteld het overzicht schulden Y. d.d. 1 2 mei 1999 nader toe te lichten. Dit om het hof inzicht te verschaffen in de vraag welke schulden door haar en welke schulden door haar echtgenoot zijn gemaakt nu alléén X. in hoger beroep is gekomen van het afwijzend vonnis van de rechtbank op hun beider verzoek om in aanmerking te komen voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. X., heeft naar voren gebracht dat een groot deel van de op het overzicht genoemde schulden haar onbekend voorkomt, aangezien het schulden van haar echtgenoot zijn en zij in die tijd gescheiden van haar echtgenoot leefde. Een paar schulden herkende X. als haar eigen schulden. Van de andere schulden kon X. niet aangeven of deze door haar of door haar echtgenoot zijn gemaakt. Daarnaast heeft X. naar voren gebracht dat op bovengenoemd overzicht alléén de bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) te Tiel geregistreerde schulden staan. Volgens X. heeft zij thuis papieren liggen waarop nog meer schulden staan die niet op dit overzicht voorkomen. Zij kon niet aangeven om welke schulden dit ging.
3.4 Het hof is van oordeel dat het verzoek van X. om de schuldsaneringsregeling alsnog op haar van toepassing te verklaren dient te worden afgewezen nu X., een zeer onduidelijk en onvolledig overzicht van haar schulden heeft verschaft. X. heeft daarmee niet voldaan aan het bepaalde in artikel 285 lid 1 onder Pro a van de Faillissementswet. In hoger beroep bestaat, anders dan in eerste aanleg, niet de mogelijkheid om eerst een schuldsaneringsregeling voorlopig van toepassing te verklaren teneinde de schuldenaar in staat te stellen ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken (artikel 287 lid 2 en Pro 292 lid 6 van de Faillissementswet). Het bestreden vonnis zal derhalve worden bekrachtigd. Gelet op het voorgaande behoeven de door X. geformuleerde grieven geen bespreking meer.
4 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 23 juni 1999.
Dit arrest is gewezen door mrs Houtman, Van Wijland-Kalkman en Van der Kwaak en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juli 1999.