ECLI:NL:GHARN:1999:AE9713
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van der Weij
- Houtman
- Groen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw zijn van schuldenaar
In deze zaak heeft appellant X. hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zutphen van 26 augustus 1999, waarbij zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. X. betwist dat hij en zijn echtgenote Y. niet te goeder trouw zijn geweest bij het ontstaan van hun schulden. Hij stelt dat de lening voor de reparatie van de auto was en dat Y. niet heeft meegeprofiteerd van zijn zwartwerkactiviteiten, die plaatsvonden vóór hun huwelijk.
Het hof heeft vastgesteld dat X. niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van een aanzienlijke schuld aan het SFB, die is opgebouwd tussen 1991 en november 1994 door het onrechtmatig doorlopen van een uitkering terwijl hij in loondienst werkte. Deze schuld bedraagt circa 96.500 gulden. Het feit dat Y. mogelijk wel te goeder trouw is, doet niet af aan de beoordeling van X.'s eigen gedrag.
Verder heeft X. ook na 1994 nieuwe schulden gemaakt, waaronder huurschulden. Het hof concludeert dat de schuldsaneringsregeling niet op hem van toepassing kan worden verklaard, mede gelet op artikel 288 lid 2 sub b van Pro de Faillissementswet. Er zijn geen bijzondere persoonlijke omstandigheden die tot een ander oordeel leiden. De beslissing van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van de schuldsaneringsregeling voor X. wegens niet te goeder trouw zijn bij het ontstaan van schulden.