Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARN:1999:AE9716

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
21 december 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
1999/592
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Raalte
  • Van Wijland-Kalkman
  • Groen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens verdenking overtreding Opiumwet

In deze civiele zaak heeft appellant X. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Almelo van 22 september 1999, waarin zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen.

X. betwistte in hoger beroep dat er gegronde vrees bestaat dat hij zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet zal nakomen. Hij voerde aan dat hij nog niet is veroordeeld voor de verdenking van het bezit van een hennepkwekerij met 205 plantjes en dat een mogelijke veroordeling hem mogelijk enkel onbetaalde arbeid zou opleggen, wat zijn inspanningsverplichting niet zou belemmeren. Tevens stelde hij dat hij niet eerder met justitie in aanraking was geweest wegens overtreding van de Opiumwet.

Het hof stelde vast dat X. recentelijk een hennepkwekerij heeft gehad en daarvoor is aangehouden. Hoewel nog niet vaststaat of hij zal worden veroordeeld, bestaat er een verdenking van een strafbaar feit. Daarnaast is vastgesteld dat X. niet te goeder trouw was bij het ontstaan van zijn schuld, die voortkomt uit een boete wegens rijden onder invloed. Het hof concludeerde dat deze feiten gezamenlijk leiden tot de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af wegens verdenking overtreding Opiumwet en gebrek aan goede trouw.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
Arrest
in de zaak van:
X.
wonende te P., appellant,
procureur: mr J.M.J. Huver.
1. Het geding In eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te Almelo van 22 september 1 999, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.
2. Het geding in hoger beroep
2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 30 september 1999, is appellant (hierna te noemen: X. ) in hoger beroep gekomen van dat vonnis, waarbij zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.
2.2 Bij voormeld beroepschrift heeft X., het hof verzocht het vonnis van 22 september 1999 te vernietigen en de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken, kosten rechtens.
2.3 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken.
2.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 oktober 1999, waarbij X. is verschenen in persoon, bijgestaan door mr E.G. Blankestijn, advocaat te Almelo.
3. De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1 Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
3.2 X. betwist in hoger beroep dat er gegronde vrees bestaat dat hij zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet zal nakomen. Hij voert daartoe het volgende aan. De rechtbank heeft haar afwijzing gebaseerd op het feit dat X., zich schuldig zou hebben gemaakt aan een misdrijf omdat X.;, gedurende een periode van 10 dagen een hennepkwekerij zou hebben gehad met een omvang van 205 plantjes. In de eerste plaats is van een dagvaarding, zitting en veroordeling vooralsnog geen sprake. in de tweede plaats brengt een mogelijke veroordeling niet automatisch mee dat X. zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet zou kunnen nakomen. Het is niet ondenkbaar dat X. enkel tot onbetaalde arbeid zal worden veroordeeld. Die onbetaalde arbeid kan X. in de avonduren en/of de weekenden verrichten. Onbetaalde arbeid zou daarmee aan de inspanningsverplichting van X. . om zijn schuldeisers zo veel mogelijk te betalen niet in de weg staan. Daarenboven is X. , nimmer eerder in verband met overtreding van de Opiumwet met justitie in aanraking geweest.
3.3 Uit de stukken en uit het behandelde ter zitting is komen vast te staan dat X. - nog zeer onlangs - een hennepkwekerij heeft gehad en voor dat feit is aangehouden. Het staat thans niet vast of X., daarvoor zal worden veroordeeld en dus ook niet of een veroordeling vermogensrechtelijke gevolgen voor hem zal hebben. Feit blijft dat jegens X. de verdenking bestaat dat hij de Opiumwet heeft overtreden en daarmee een strafbaar feit heeft begaan. De rechtbank heeft daaruit terecht afgeleid dat er gegronde vrees bestaat dat X. zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal nakomen. Daarenboven is komen vast te staan dat X. niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van zijn schuld als gevolg van een boete wegens rijden onder invloed. Naar het oordeel van het hof leiden deze feiten, zeker tezamen genomen, tot de conclusie dat het verzoek van X. om alsnog te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling niet toewijsbaar is. Het hof zal derhalve het vonnis van de rechtbank te Almelo van 22 september 1999 bekrachtigen.
4. De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Almelo van 22 september 1999.
Dit arrest is gewezen door mrs Van Raalte, Van Wijland-Kalkman en Groen en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 oktober 1999.