Uitspraak
[B]
2 Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
onware opgave
Gerechtshof Arnhem
In deze zaak staat centraal of appellant [A 2] onware opgave heeft gedaan bij de schadeclaim van een inbraak onder een inboedelverzekering bij geïntimeerde [B]. De verzekering bevat een uitsluitingsclausule voor schade door opzettelijke onware opgave. De kern van het geschil betreft een bon waarop de prijs van een gestolen collier is aangepast van f 980,- naar f 1.980,-, waarbij de toevoeging van het cijfer "1" later bleek te zijn bijgeschreven.
De rechtbank had overwogen dat indien vaststaat dat de prijsverhoging verband houdt met een bewerking van het collier met briljantjes, geen sprake is van valse opgave. Het hof deelt het oordeel dat, behoudens tegenbewijs, sprake is van opzettelijke onware opgave en dat het schadebedrag daardoor is vergroot. Appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de bewerking heeft plaatsgevonden en dat de prijsaanpassing door de juwelier is gedaan.
Het hof laat appellant toe aanvullend bewijs te leveren door het horen van getuigen, waaronder personeel van de juwelier, om aan te tonen dat de bewerking heeft plaatsgevonden en dat de prijswijziging op de bon op verzoek van appellant is aangebracht. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd. Cassatieberoep wordt tussentijds uitgesloten.
Uitkomst: Het hof staat aanvullend bewijs toe en houdt verdere beslissing aan in afwachting daarvan.