ECLI:NL:GHARN:2000:AA4953
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling deelname aan piramidespel als bron van inkomen voor inkomstenbelasting
Belanghebbende nam in juli 1996 deel aan een piramidespel en betaalde hiervoor een inleg van ƒ 5.000. Hij probeerde nieuwe deelnemers te werven, maar slaagde hier niet in. In zijn aangifte inkomstenbelasting 1997 gaf hij een belastbaar inkomen op van ƒ 55.213, waarna hij een gecorrigeerde aangifte indiende met aftrek van het inleggeld en zelfstandigenaftrek.
De inspecteur handhaafde de aanslag en kwalificeerde de deelname niet als een bron van inkomen. Belanghebbende ging hiertegen in beroep bij het hof, stellende dat deelname wel een bron van inkomen vormde en dat kosten in mindering moesten worden gebracht.
Het hof oordeelde dat het inleggeld definitief verloren was en niet als kosten of negatieve opbrengst kon worden afgetrokken. Er was geen bewijs van andere gemaakte kosten of van uren die recht zouden geven op zelfstandigenaftrek. De vraag of sprake was van een bron van inkomen bleef onbeantwoord omdat dit niet aannemelijk was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1997 wordt bevestigd.